De hitte van Havana

Voor veel deelnemers aan hardloopwedstrijden is het ontvangen van de medaille het ultieme moment. Weken, maanden van training zijn voorafgegaan. Alles gegeven voor dat ene doel; het bereiken van de finish. Al het zweet, pijn, zware momenten zijn het waard geweest. De prestatie is geleverd en dit is het trotse bewijs. Hét symbool voor de geleverde strijd. De medaille!

Maar ja. In Cuba doen ze alles net even anders. Na drie weken rond rekken in dit fijne land, kan ik wel concluderen dat de logica soms ver te zoeken is. Zo ook bij de uitreiking van medailles. Deze ontvang ik alvast tijdens het ophalen van mijn startnummer twee dagen voor mijn nog te lopen race. Waarom zou je immers hele troepen inzetten om deze uit reiken na de finish? Dit is net zo makkelijk. Een behoorlijk staaltje efficiëntie, zullen ze vast gedacht hebben.

Met mijn beloning dus al op zak, kan ik beginnen aan de Marabana; de halve marathon van Havana. Geheel toevallig blijkt dit jaarlijkse hoogtepunt voor de Cubaanse hardloper, precies in het weekend te vallen dat we aan zouden komen voor een drieweekse rondreis door het land. Niet meedoen is natuurlijk geen optie. Een betere manier om de rondreis te starten is er niet!

Dag 3 voor ons in Cuba, zondag 18 november, is zodoende Marabana-dag. Vanwege de hitte wordt er al om 07.00 uur gestart. De vooravond met mojitos en cuba libres en een geïmproviseerd ontbijtje van 3 mini-banaantjes met een droog broodje zorgen niet voor de beste basis om een halve marathon te lopen. Maar het doel vandaag is vooral genieten. Uitlopen in een enigszins redelijke tijd. Met dat idee wandel ik in het schemerdonker richting startpunt. Voor het iconische El Capitolio wordt de start- en finishboog nog last-minute opgeblazen. Lopers van alle nationaliteiten verschijnen uit alle toelopende straatjes van Old Havana.  En de zon… ook die begint al wel heel vroeg al heel hard te schijnen.

Ik doe nog een poging tot wat inlopen, maar de startvakken staan al vrij vol. Omdat een beetje voorin starten toch wel lekker is, besluit ik dan maar aan te sluiten. Halve marathon, hele marathon en ook de 10km start tegelijk. Een indeling van vakken is er niet, dus dat betekent enorm dringen. Voor mij, maar ook voor de kanshebbers op de titels. Een handvol Cubaanse topatleten staat hier aan de start, maar ook zij moeten gewoon achteraan sluiten. Geen privileges. Iedereen is gelijk is ook hier het uitgangspunt.

Niet geheel verassend, start ik natuurlijk toch te hard. De eerste paar kilometer lopen we door de schaduwrijke straten van Havana, omgeven door immense koloniale panden. Wat is het toch tof om in een vreemde stad te lopen met zoveel lopers vanuit de hele wereld die allemaal een zelfde passie delen. Iedereen om je heen zie je genieten. Mooi.

Na een paar kilometer de Malecon op. De brede boulevard is een ideaal hardloopparcours en de zee zorgt voor een heerlijk windje. Halverwege de eindeloze Malecon passeren we het keerpunt voor de 10 kilometer wedstrijd. Deze wordt niet echt duidelijk aangegeven, dus ik twijfel heel even als ik opeens een aantal lopers een U-turn zie maken. Mijn horloge geeft aan dat er 5 kilometer gelopen is, dus ik gok maar dat ik zelf gewoon rechtdoor moet lopen. Dat blijkt gelukkig de juiste route voor marathon en halve marathon.

We verlaten de zee en slaan linksaf voor het tweede deel van de race. Deze helft lopen we door de stad. De zeewind is verdwenen, de zon schijnt inmiddels volop, de hitte neemt toe. En om heel eerlijk te zijn, het mooiste deel van de route hebben we al gehad. Na 11 km gelopen te hebben, voel ik de energie wegslippen. Het tempo is weg. Iedere kilometer duurt langer dan de vorige. Enkele weken geleden voelde ik mij bij de finish van de marathon in Amsterdam een stuk frisser dan nu. Een lange weg dus nog…

De verzorging onderweg is in Havana gelukkig goed geregeld. Iedere 5 kilometer krijg ik een nieuw flesje water wat ik iedere keer dankbaar aanneem. Veel ander publiek staat er echter niet. Heel af en toe haakt er een andere loper aan, maar de meeste meters blijf ik alleen lopen. Ook dit maakt het een zwaardere race dan gepland. Als ik uiteindelijk de enorme afbeeldingen van Che Guevarra en Camilo Cienfuegos voorbij loop op Plaza de Revolucion, weet ik dat de finish nabij is. Nog drie kilometer te gaan… maar wat is het warm.

Het onthaal bij de finish, heb ik al wel eens beter mee gemaakt, de race is verre van soepel verlopen en het parcours was, afgezien van de eerste helft, niet heel bijzonder. De voldoening was er absoluut. Een mooie ervaring.

Na mij te hebben ingesmeerd met de blokken ijs die de organisatie heeft uitgestort bij de finish, doen we nog een poging om het tijdstip van de prijsuitreiking te achterhalen. Afgaande op de gelopen tijden in de voorgaande edities, zou ik namelijk best wel eens kans hebben op een podiumplaats in mijn leeftijdscategorie en volgens de website zou er een uitreiking zijn voor alle categorieën. Vrijwilliger 1 die we aanspreken hiervoor geeft aan dat dit mogelijk over een uur zal plaats vinden.  Vrijwilliger 2, heeft het over een tijdstip rond 12.00 uur. Vrijwilliger 3 geeft aan dat dit pas begint als iedereen (ook alle marathonlopers) binnen is. Cuba-logica.

Trek in een koude douche en een ontbijt, winnen het uiteindelijk maar van het wachten op een mogelijk moment of fame. Later lees ik dat ik een derde plek had behaald in mijn leeftijdscategorie. Maar of er nog een uitreiking heeft plaatsgevonden? Geen idee. Bij terugkomst in onze casa particular, pak ik zelf wel nog even de al ingepakte medaille uit mijn tas. Nu heb ik er recht op en voelt het zoals het hoort te voelen. De hitte van Havana overleefd.

blog havana 2

Berenloop 2017: allesovertreffend!

Berenloop Marathon 2017

Zondag 5 november 2017. Die dag stond al een jaar in mijn agenda.  Want na een bezoekje aan Terschelling, tijdens het Berenloop-weekend in 2016, was ik vrij snel overtuigd. Hier wil ik mijn derde marathon gaan lopen. Volgend jaar!

En dus is zondag 5 november de dag van het GROTE doel in 2017. Op hardloopgebied dan 😉 De voorbereiding is vrijwel perfect verlopen. De vele kilometers iedere week voelden zo gemakkelijk aan. In (test)wedstrijdjes verbaasde ik mezelf over het grote gemak waarop ik het tempo kon blijven lopen. Ik pikte zelfs nog een PR op de halve marathon mee. Na de laatste 36 km-run stap ik mijn huis binnen met het gevoel een rustig herstelloopje te hebben gedaan. Heel even vraag ik mezelf af of het allemaal niet iets té makkelijk gaat. Heb ik niet te vroeg gepiekt? Maar het vertrouwen overheerst. Zenuwen blijven zelfs weg tot het moment dat ik wakker word op racedag. Die 42 kilometers vandaag worden een makkie. Kan niet anders.

Een andere reden dat er weinig zenuwen zijn, is dat het enige doel vandaag simpelweg alleen genieten is. Waar ik vorig jaar in de Amsterdam Marathon als doel had om onder de 2.40 te duiken (net niet gelukt), is de benadering van deze race totaal anders. De eindtijd hier is onbelangrijk. Een PR lopen met zo’n zwaar parcours en zoveel wind, is toch niet haalbaar. En als je 42 kilometer loopt in zo’n mooi stukje Nederland, dan kun je beter ook maar goed om je heen kijken. Een blik op de einduitslagen van afgelopen edities, geeft aan dat ik met een tijd onder de 3 uur toch zeker een top 10-plek moet kunnen lopen. Daarmee zou ik zeker tevreden zijn…

“Maar jij hebt echt wel een scherpere tijd dan 3 uur in gedachten Rickie”, aldus mijn trouwste supporter L. , de avond voorafgaand. En ja, natuurlijk klopt dat. De winnende eindtijd van vorig jaar was 2.48. Weeromstandigheden zien er niet zo heel slecht uit en na nog een laatste parcoursverkenning op de zaterdag, schat ik in dat die tijd toch wel te doen moet zijn. Dat het zeker niet genoeg zal zijn voor de winst dit jaar, weet ik ook. Op de starlijst die ik weken eerder al eens had bekeken, staan genoeg oud-winnaars en regionale helden met een veel scherper PR. Dus ok: mijn echte doel van vandaag, naast heel veel genieten: finishen rond 2.48, in de top 5.

Al blijft het natuurlijk wel een marathon. Er kan op ieder moment van de race iets misgaan. Net voordat de misthoorn klinkt (startsein), zijn daar dus toch de zenuwen. Maar oh, wat heb ik er weer zin in!

We zijn los! In de eerste bocht een laatste groet aan de zeven trouwe supporters die zijn meegekomen en het eiland zullen afracen op de fiets om gelletjes, bidons en de hardnodige support te gaan geven. Een marathon loop je niet alleen.

Het is al snel duidelijk. De nummer 1 en 2 lopen op een flink tempo en gaan we niet meer zien vandaag. De gedoodverfde winnaar, die ik op de startlijst heb zien staan, blijkt echter niet gestart te zijn. Het is nog ver, heel ver, maar na zo’n 8 kilometer loop ik nog steeds op een 4e positie. De nummer 3 loopt al die tijd al op 300 meter voor mij. Helemaal goed dus. We hebben wind mee tijdens de ‘heenweg’. Dat is ook de verklaring waarom het zo makkelijk aan voelt, roep ik de meefietsende supporterts L. en B. toe.

Vrijwel het hele parcours is mee te fietsen tijdens de Berenloop. Ideaal voor de verzorging onderweg, maar vooral ook gewoon heel erg leuk.

Net nadat ik voor de eerste keer de andere vijf trouwe supporters passeer, met een heus spandoek!, lijkt de nummer 3 langzaam terug te vallen. Na 10 kilometer kan ik zelfs aanhaken. Het tempo ligt wel wat hoger dan ik vooraf had gepland, maar ik loop ook op een 4e plaats! En als er enkele kilometers later nóg een loper aansluit, besluit ik de gok gewoon te nemen. We zien wel hoe het gaat. Het tweede deel kan ik altijd nog afzakken.

Deze groep van drie blijft lang in tact tijdens de race. De derde loper die aansluit bij de groep, lijkt de sterkste. Kilometers lang loopt hij op kop. Ik kan alleen maar aanhaken. Meer niet. Wel geniet ik. Wat een mooie loop. We hebben de polderlandschappen voor Formerum al even achter ons en zijn de dorpjes Lies en Oosterend gepasseerd. Richting Boschplaat nu. Het meest afgelegen, groenste en mooiste gedeelte van de loop. Niks vlak, maar alleen glooiende paden. Schitterende uitzichten. De hagelbui die we er hier gratis bijkrijgen, maakt het compleet. Dat hoort bij een late najaarsmarathon. Op een eiland.

Dan klokt rondom kilometerpunt 20, mijn horloge een kilometer van 3.34. Nog steeds kan ik het tempo aan, maar met nog 22 kilometer te gaan, is dit echt te hard. Volle bak tegenwind hier, maar beter nu maar eigen tempo lopen dan straks helemaal instorten. Langzaam lopen de andere twee jongens dus weg.

Ik kijk voor de eerste keer in de race achterom. Leeg. Nog steeds op een vijfde plaats. Dat zou toch een hele mooie uitslag zijn? Op 25 kilometer passeer ik voor de zoveelste keer mijn eigen spandoek. Wat is het mooi dat ik dit met zoveel mensen kan delen. Dit geeft onbewust blijkbaar ook een extra boost, want ik meld mij weer bij de andere twee lopers. Niet als laatste in het treintje, maar op kop!

De hagel is verdwenen, de wind lijkt toe te nemen. Het zwaarste deel van de route begint nu. 32 kilometerpunt. Midsland aan Zee. Duin over, strand op. Op dit punt zat ik een jaar eerder aan een uitgebreide lunch toen ik de koplopers voorbij zag komen. Dit jaar heb ik op exact hetzelfde punt wederom de koplopers in beeld. Wow! We zitten er dus helemaal niet zover vandaan.

Dit gaat een jacht worden dus. De eerder als sterkst ingeschatte loper laat een gaatje vallen op het stuk strand en dus zetten we met zijn tweeën de jacht in op nummer 2! “Daar loopt Willem”, zegt mijn nieuwe beste loopmaat. Willem heeft nog zeker een kilometer voorsprong, maar we hebben hem nu voor het eerst in het vizier. Iedere 100 meter wisselen we elkaar af van kop. Het helpt nauwelijks tegen de wind, maar door deze goede samenwerking, lijkt er een bijzonder soort van vertrouwen te ontstaan. Samen kunnen we richting plaats 2 lopen. Plaats 2!

De kilometers over het strand zijn pittig, gaan een stuk langzamer dan alle voorgaande kilometers, maar gek genoeg voel ik mijn kracht toenemen. In het mulle zand klauteren we de duin weer op rond kilometerpunt 36. Vaste supporter en coach van de dag B. staat ons, samen met de coach van mijn nieuwe beste loopmaat, al op te wachten na de strandafgang. Zij zullen ons over de laatste schelpenpaden, richting West, begeleiden op de fiets. Ook zij realiseren zich nu dat plaats 2 en 3 op ons liggen te wachten als we dit tempo blijven volhouden en samen blijven werken.

“Er op en erover”, schreeuwen de beide coaches. Net voor het 40 kilometerpunt pakken we hem. BAM, daar is de podiumplaats! Want we slaan direct een gat. Vermoeidheid ga ik nu echt niet meer voelen. Ik zit vol adrenaline. Dit had ik echt niet verwacht. De 41e kilometer is onze snelste kilometer van de race. Tot dan toe. Maar uiteindelijk moet er iemand 2 en iemand 3 gaan worden. Met de Brandaris in het zicht en de drukte van mensen aan de kant die toeneemt naarmate we dichterbij de streep komen, zet ik nog één keer aan. Achterom kijken doe ik niet meer, maar ik voel dat ik meters pak, 10, 20, 50…Pas op het laatste rechte stuk, op de rode loper, Brandaris vol in beeld, kijk ik wel even om. Ik heb hem. Handen gaan de lucht in. Ik zie mijn ouders en supporter L.  net voor de finish aan de kant staan, blij. Nummer 2!

Pas in de allerlaatste meters, zie ik ook de klok. Wat!!? 2 uur 40 minuten en 29 seconden. Honderd keer heb ik tijdens de race op mijn klok gekeken, maar geen moment heb ik mij gerealiseerd dat ik hier gewoon ook nog een PR ging lopen. Wat een dag, wat een mooie loop. En wat is het weer bijzonder dat ik dit heb mogen delen met zo veel lieve supporters om mij heen. Allesovertreffend.
BLOG multiple pics.fw -B.fw


Foto’s: Ben van Vliet, Janke van der Schaaf

Road to Terschelling (1)

Op weg naar de Berenloop Marathon (deel 1)

Als alles goed gaat en heel blijft, dan loop ik op zondag 5 november 2017 mijn derde marathon. Locatie? Terschelling!

Afgelopen jaar mocht ik voor de eerste keer mee met het jaarlijkse uitje van de nieuwe schoonfam. Al jaren verblijven zij in het weekend van de Berenloop op Terschelling. Soms om zelf mee te lopen (de schoonpaps), maar meer nog om aan te moedigen en sfeer te proeven (de schoonpaps en –mams). Groot liefhebbers van het eiland en groot liefhebbers van de sport.

Nu ik er dan toch bij ben, dan ook maar meteen deelnemen aan de wedstrijd. Met nog een verse marathon in de benen van drie weken geleden, leek de 10km (Kleintje Berenloop) mij meer dan voldoende. Daarbij zouden het ook vrijwel weer de eerste meters worden die ik zou maken op de loopschoentjes. Samen met de schoonpaps gestart en enigszins verbaasd liep ik 36 minuten later als eerste over de finishlijn. Heerlijk ontspannen gelopen en vooral genoten van het mooie rondje.

Maar het echte enthousiasme voor dit evenement komt pas de volgende dag. Op de zondag staan de goed bezette en drukbezochte halve- én hele marathon op het programma. Met de fiets volgen we een groot deel van de wedstrijd en zien we de deelnemers bikkelen. Een pittige wedstrijd. Wind, hoogteverschillen en een deel over het strand. De beelden van mijn eigen kustmarathon een jaar eerder, schieten logischerwijs dus regelmatig voorbij. Wat een mooie uitzichten, wat een mooie plaatjes, wat een mooie wedstrijd.

Met lichte schemering zien we de afgepeigerde deelnemers de laatste meters afleggen in de bomvolle Torenstraat. Wat een mooie sfeer, wat een mooi evenement, wat een mooie nieuwe uitdaging?

Stilletjes fiets ik, met de mede-supporters, terug naar ons huisje, vlak achter de finishstraat. Mijn gedachten zijn dan al heel stiekem bij volgend jaar…

Berenloop 2016

42.195 kilometer in de hoofdstad (2)

Marathon Amsterdam (2)

(vervolg van deel 1)

En we zijn weg. Hier loop ik. Ik ben mezelf heel erg bewust van waar ik mee bezig ben. Wat dat betreft vind ik de marathon echt iets speciaals. Bij alle andere (kortere) afstanden die ik loop, ben ik maar bezig met één ding: z.s.m. finishen. Maar vandaag dus niet. Net als in mijn eerste marathon, een jaar geleden, lijkt het wel of ik meer geniet van die 42.195 km wedstrijden. De zon schijnt, heel veel mensen langs de route en de eerste kilometers voelen heerlijk.

Met een klein groepje passeer ik het 10 kilometerpunt. Churchillaan. Als het goed is, krijg ik hier de eerste bidon aangereikt van mijn trouwste supporter J. Ik zie haar al staan vanaf een flinke afstand. Ook dit is wat ik zo mooi vind aan de marathon. Alles is vooraf voorbereid. Essentieel. Samen met je supporters neem je jouw plan door. Je weet waar ze staan langs de route. Je leeft echt toe naar deze punten van verzorging en aanmoediging op maat.

Richting Amstel nu; het mooiste deel van de route. Hier verwacht ik veel bekenden. Ik passeer ze één voor één. Ouders, schoonouders, vriendin…en als verrassing staan er ook nog twee Bredase loopmaatjes. Tof! Al die mensen, hier voor mij. Dat geeft zo’n kick. Een vorm van trots blaast mij vooruit.

Ik haak aan bij een wat oudere loper. Sterk en ervaren. Dat zie ik meteen. Hij loopt eigenlijk een paar seconden per kilometer harder dan ik had gepland, maar ik neem de gok. Zijn trainer fietst ernaast en moedigt aan. Het gaat zo makkelijk, maar ik weet ook dat het nog ver is… Met zijn tweeën kijken we naar de overkant van de Amstel. De Kenianen vliegen daar voorbij. Zij zijn de 21.1 al gepasseerd.

Onze doorkomsttijd op de halve is goed. Een maand of tien geleden had ik mijzelf als doel gesteld onder de 2 uur 40 te lopen. Maar dan wel in Rotterdam (april dus!). In maart schoot het echter enorm in de rug waardoor ik weken uit de roulatie was. Letterlijk aan de bank gekluisterd. Tijdens het passeren van de klok halverwege, denk ik hieraan. De voorbereiding verliep, na de blessure, op zich redelijk goed, maar ik voelde me nog steeds minder sterk dan een jaar geleden toen ik de Kustmarathon liep. Ik moet nu tevreden zijn met een tijd onder de 2.43. Maar de klok geeft nu 1.19 aan. En ik voel me nog superfit. Zou het dan toch…?

Einde Amstel. Bidonnetje aanpakken, zwaaien naar de supporters die de brug naar de overkant hebben gepakt. Nu komt het saaiste stuk eraan. Kilometer 27,28,29…

30, 31… dit is waar ik voor het eerst echt ‘iets’ ga voelen. De beentjes worden zwaarder. Zeker een kilo of 5. Per stuk. Rond de 33 kilometer wederom een paar fijne vriendjes die ik ergens langs de route wel had verwacht. Ze komen nu echter precies op het juiste moment. Dit was ff nodig.

Kilometer 36. Het is klaar. Mijn benen staken. Per stuk nu 15 kilo zwaarder. De flow waarin ik zo lang heb kunnen lopen heeft er blijkbaar genoeg van. De rest doe je zelf maar. Zoiets. Mijn klokje wat mij iedere 500 meter voorziet van het gelopen tempo, bevestigt deze realiteit. Het gaat nu echt langzamer… Ik heb nog wat speling om alsnog onder de 2.40 uur te kunnen duiken, maar ik weet nu dat dit te moeilijk gaat worden. Ik heb nu nog maar één doel; Vondelpark. Ik weet dat ik hier nog een laatste aanmoediging ga krijgen en dan ben je er bijna.

Tot 39 kilometer kom ik voor mijn gevoel niet meer vooruit. De ‘500-meters’ lopen op. Zo jammer dat een marathon net 5 kilometer te lang is. Maar ik haal het Vondelpark. De support doet me goed. Ik kan zelfs nog lachen voor een foto. In een groepsapp lees ik later terug dat ik er nog heel fris uit zag. De foto’s zelf bewijzen toch echt het tegendeel…Maar ik ben er wel bijna. En iedereen om me heen ‘staat stil’. Het ligt dus niet aan mij. De sub 2.40 heb ik, gek genoeg, binnen enkele kilometers losgelaten. Ik ga finishen. Een half jaar geleden kon ik de drempel van mijn huis niet eens over zonder houvast. Vandaag loop ik hier. Tot 35 kilometer een superrace. Die laatste kilometers zij dan maar zo.

De laatste bocht door. Kilometerbordje 41. De lach is terug op mijn gezicht. Made it! De laatste meters. Druk aan de kant hier. Heerlijk. Het stadion doemt op! Daar gaan we… poort door. Wow! Volle tribunes. Muziek. Ik vlieg zelfs weer even. En zie de klok…2 uur 40 minuten en 37 seconden, 38, 39, 40. Toch een finish die heel dicht bij mijn droomtijd komt. De laatste kilometers heb ik mijn horloge niet meer aan willen kijken, dus ik ben oprecht nog verbaasd. En blij. En een beetje trots ook wel. 2 uur 40 minuten en 49 seconden. Stop de tijd.

Speurend kijk ik naar de volle tribunes. Ik spot mijn ouders en mijn vriendin. Alles klopte vandaag. Het weer. De vorm. De benen. Mijn eindtijd. Maar eigenlijk boven alles (en dat besef ik als ik oogcontact maak) dat ik dit kan doen en dat ik dit mocht doen met zo veel fijne mensen om mij heen.

42.195 kilometer in de hoofdstad (1)

Marathon Amsterdam

Zondag 16 oktober 2016. Goed geslapen. Beter dan verwacht. De wekker geeft 06:30 aan, dus ik mag mijn bed uit. Eindelijk; vandaag is dé dag. Mijn dag! Beginnen maar met een flink ontbijt. De laatste koolhydraten naar binnen zien te krijgen.

Hoe is het weer? De voorspellingen zijn goed. Ideaal zelfs, zo wordt verwacht. Nog even douchen om wakker te worden en de spieren wat te ontspannen. Singlet aan, korte broek, sokken, schoenen en trainingspak. Check. De tas met overige spulletjes gisterenavond al gepakt natuurlijk. Nou ja… eigenlijk stond de tas al een weekje klaar. Aan de voorbereiding ligt het niet.

Ik ben ready to go! Bus in en overstappen op de tram bij Amsterdam Centraal. Tram 16 richting VU; helemaal volgepakt met hardlopers. Spaans, Engels, Duits, Portugees, ik hoor het allemaal om me heen. Verhalen over marathons in Barcelona, Tokyo, Delhi… mooi. Hoe dichter we bij het Olympisch stadion komen, hoe meer hardlopers er uit alle straten opduiken. Bij de laatste halte voegen de trammers zich bij de lopers. Een kleine kilometer lopen we samen nog naar het stadion. Zie ik daar een eerste zonnetje?

Er is nog tijd voor een dubbele espresso in een koffiebarretje tegenover het stadion. Er staan straks 12.000 lopers aan de startlijn, hemelsbreed 300 meter verderop, maar in het barretje is het opvallend rustig. Ideaal. Omkleden maar, startnummer opspelden en dan richting het afgiftepunt om de tas af te geven.

Inlopen, de eerste meters op het parcours. Volgens mij zie ik Wilson Chebet lopen. Chebet! Verderop word ik ingehaald door Choukoud. Ik realiseer me weer eens dat je je in geen enkele sport zo dicht tussen de absolute top kan en mag bevinden voorafgaand aan een wedstrijd.

Nog 15 minuten tot de start, dus de hoogste tijd om het stadion in te lopen. Wow! Het zit behoorlijk vol. De muziek speelt hard, de startvakken lopen vol. Ik spot eindelijk mijn vriendin op de tribune. Ook zij is zenuwachtig. Veel familie en vrienden zie ik straks nog langs de route. Allemaal hier voor mij. Voor mijn dag. Eén grote glimlach verschijnt op mijn gezicht. Er lopen rillingen over mijn lijf. Dit is waar ik al die maanden voor heb getraind, veel voor heb opgeofferd, een half jaar lang over heb nagedacht, gedroomd. Weer blessurevrij. En dat alles schiet nu door mijn hoofd, zo blij dat ik hier sta. Fit, goed in vorm, familie en vrienden om mij aan te moedigen en omgeven door 12.000 andere lopers. Hartslag 120, de zenuwen zijn definitief gearriveerd. Nog 10 seconden, 9,8… >>>

 

Mijn kustmarathon (2)

(vervolg van deel 1)

Door de pittige duurloopjes van 25 tot 30 kilometer die ik vrijwel wekelijks heb gelopen (soms zelfs twee keer per week), voelen de eerste 10 kilometers zo ontzettend makkelijk. We lopen met een man of zes in een groepje. Er wordt nog best wat gepraat door deze mannen onderweg, waardoor ik kan opmaken dat een deel van hen al jaren meedoet. Lijkt mij dus prima om van hun ervaring gebruik te maken en in hun tempo mee te lopen. Ik ga er lekker tussenin lopen. Ontspannen.

Bij het doorkruisen van de Oosterscheldekering worden we (op de naastgelegen rijbaan) gepasseerd door een hard toeterende auto waaruit mijn naam luid wordt geschreeuwd. Supporter L. met maatje J. moedigen aan alsof hun leven ervan af hangt. Enkele kilometers later is de auto geparkeerd en staan ze klaar met de eerste bidon en het eerste gelletje. So far, so good. So far, very good!

Kustmarathon Zeeland - refresher

De eerste 20 kilometers vliegen echt voorbij. Het voelt nog steeds zo comfortabel. Naast de vele bekenden langs de route, heb ik net ook voor de eerste keer kunnen zwaaien naar mijn ouders. Net voordat ik het strand opduik, pak ik van hen een tweede bidonnetje aan. De ‘makkelijke’ kilometers zitten er op nu. Het voelt echter goed en ik besluit om het groepje achter me te laten en een iets harder tempo te gaan lopen.

Waar het publiek tot twintig kilometer massaal aanwezig is, is dat op het strand niet het geval. Maar het gevoel is heerlijk. Ik loop alleen en alleen in de verte zie ik een andere deelnemer lopen. Ik kom dichter en dichterbij en heb door dat ‘de andere deelnemer’ een loper is van mijn eigen club in Breda. Een loper die echter PR’s heeft staan die voor mij verre van haalbaar zijn. En ook al weet ik dat het voor hem geen wedstrijd is waarop de focus ligt, geeft het toch een ontzettende boost als ik hem passeer en achter me laat.

Net voordat ik het strand weer afdraai, staat moeders klaar met het geplande gelletje en een nieuwe bidon. Drinken gaat goed, is nodig ook, want de zon schijnt fel. Strand af, trap over, duinen in. 27,5 kilometer gehad. Nog 15 te gaan. Het zwaarste deel van de route, waar ik een paar keer heb kunnen trainen, begint nu. Maar so far, nog steeds very, very good!

In de duinen gaat mijn tijd per gelopen kilometer voor het eerst echt achteruit. Maar ik loop nog steeds redelijk makkelijk. Op naar het hoogste punt van de route; de ‘Hoge Hill’ in Domburg. Deze duin ligt op 31 kilometer van het parcours, dus op meerdere fronten is dit een belangrijk punt. Daarnaast ga ik hier ook de laatste keer vriendje J. en supporter L. zien. Zij moeten vanaf dit punt richting finish rijden om op tijd te kunnen zijn. De aanmoediging die ik krijg, geeft iedere keer weer zo veel energie! Ik ben zo blij dat iedereen hier vandaag is voor mij.

Na 36 kilometer kijk ik pas voor de eerste keer bewust naar mijn horloge om iets van een eindtijd te gaan schatten. En ja, er komen alleen nog maar lastige kilometers en de man met de hamer zou hier ook nog wel ergens aan de kant moeten staan, maar ik ga nog steeds goed. Heel goed. Ik bedenk me voor het eerst dat die sub 3.00 uur toch wel zou moeten lukken.  Ergens tussen 30 en 35 heeft het best wel even iets zwaarder gevoeld, maar nu voel ik me eigenlijk wel weer ok. Ik ben er bijna.

Bijna! 41 kilometer. Trap af, laatste stukje strand, afremmen om de pijlers door te gaan, duin naar boven. Trap op. Kippenvel over mijn hele lijf. Ik loop de dijk over, de laatste meters en zie daar links beneden van mij de finish al liggen. Het vele publiek. Ik hoor de speaker. Ik weet dat mijn familie daar staat. Ouders, zus, tante, nichtje, vriendjes, supporter L. Ik voel me sterker en energieker dan ooit.

Met mijn blauw-witte vlaggetje, loop ik de finish over. 12e plek, 2.53.48. Deze (perfecte) dag, ga ik niet snel vergeten.

Mijn kustmarathon (1)

Als een kind zo blij ren ik de straat door. Daar… daar aan het eind ligt de berg met zand. Het voor mij oh zo bekende plaatje wat ik al vele jaren ken van de beelden op de lokale tv-omroep. Als ik daar straks bovenop sta, dan heb ik het gedaan! Ik zwaai als een dolle met mijn zojuist vergaarde vlaggetje. Aangereikt door een klein jongetje in het publiek. Een vlaggetje met de blauw-witte kleuren uit de Zeeuwse vlag. Met een enorme lach, die eigenlijk de hele middag al niet van mijn gezicht af is te krijgen (en ook de komende dagen nog wel even blijft plakken), loop ik de laatste meters. Na 42 kilometers en een beetje, hardlopend in een heerlijk, maar best wel warm najaarszonnetje, op en neer over de duinen, door het mulle zand, steile trappen op en af, voel ik mij op dit moment toch sterker en energieker dan ooit. De laatste meters…

Maar goed, misschien eerst maar even terug naar wat maandjes eerder.

Ik heb ongetwijfeld al deelgenomen aan zo’n honderd hardloopwedstrijdjes. Halve marathons, Zeven Heuvelen, Ten Miles en met name heel veel 10 km-wedstrijdjes. Inclusief heel doelgericht trainen en meer dan serieus ‘rekening houdend met’… zullen we maar zeggen (op dat gedeelte van mijn uit de hand gelopen hobby, kom ik vast nog wel eens terug). Al jaren train ik vijf tot zes keer in de week. Maar nooit nam ik deel aan de afstand der afstanden. De klassieke afstand. De marathon.

Het moet er dus maar eens van komen. Al is het maar om ook een klein beetje serieus genomen te worden door al die collega’s, familieleden, kennissen en alle anderen die het hardlopen niet als het meest belangrijke in de hele wereld beschouwen (bij wijze van dan he…). Zeer regelmatig krijg ik toch te maken met teleurstellende blikken als mij de vraag word gesteld wat mij zoal bezig houdt:… “Hardlopen? Goh leuk…loop je ook Marathons?”. Uuh, nee… En weg is de aandacht. Hoe serieus kun je daar dan immers mee bezig zijn. Niet iedereen lijkt te snappen dat je ook helemaal stuk kunt gaan in 10, of 5 kilometer. En dat je daar ook echt vrijwel iedere dag van de week heel hard voor kunt trainen om, voor jezelf althans, een acceptabele tijd neer te zetten.

Maar dat is natuurlijk niet de reden. Na in mei en juni een, voor mij, hele goede serie aan 10km-wedstrijden te hebben gelopen, heb ik gewoon zin in iets nieuws. Iets wat eigenlijk al jaren door mijn hoofd spookt, maar ik eigenlijk nooit aan durfde of zo: de marathon! En dan ook maar meteen de mooiste die je als geboren Zeeuw kunt lopen: de Kustmarathon Zeeland.

Na een ruime oriëntatie op diverse trainingsschema’s, overleg met trainer en diverse hardloopmaatjes die de marathon al wel hebben volbracht, knutsel ik zelf een schema in elkaar. Achteraf wellicht een tikkie te veel van het goede (vrijwel geen week onder de 100 km, uitschieters naar 130 km), maar het voelt goed! De lange duurlopen van twee uur en langer vind ik heerlijk. Een paar keer train ik alvast op het marathonparcours zelf. Pas dan realiseer ik me dat het toch wel echt zwaar gaat worden. Zoveel trappen, flinke klimmetjes in de duinen en dan ook nog een kleine 10 kilometer over het strand.

Op basis van uitslagen van voorgaande edities, spoor ik wat lopers op via uitslagen.nl. Ik probeer uit te zoeken welke lopers er vergelijkbare tijden lopen als ik op een 10 km of halve marathon, zodat ik een idee krijg wat voor tijd ik zelf hier in Zeeland op de marathon zou kunnen lopen. Ook al wil ik eigenlijk gewoon genieten deze eerste keer en is een goede tijd lopen hier echt het minst belangrijke, onmogelijk ook met dit parcours. Ik kan het natuurlijk toch niet laten om ergens in mijn hoofd een klein briefje te plakken met een streeftijd. Met potlood noteer ik; onder de drie uur, een top 20-klassering.

En dan kunnen we! Mogen we eindelijk! 3 oktober, 2015. Na drie maanden van lange, hele lange trainingsschema’s, heftig cocongedrag, nadenken en dromen over, mag ik het gaan afmaken vandaag. Mijn eerste marathon dus. In de thuisprovincie. De zwaarste van Nederland roept de organisatie zelf. Doet er niet toe. Voor mij is het in ieder geval de mooiste.

Gisteren al afgereisd naar Zeeland vanuit Breda. Waar slaap je immers beter dan in je oude slaapkamertje bij paps en mams? Tijd voor een ontbijtje. Yoghurt, banaantje, cruesli en wat boterhammen met jam. Ik doe nog een poging om de PZC (krant) te lezen, maar ik neem natuurlijk helemaal niks op. Ik zit met mijn hoofd al in Burgh, waar we straks gaan starten. Hoe lang is het nog?

Even douchen nog. Outfit aan. Startnummer alvast opspelden. Bidons vullen. Nog maar eens dubbelchecken met de supporters die mij gaan voorzien van gelletjes en drankjes onderweg. Check, check, vierdubbelcheck! En appjes met succeswensen lezen. Hoe tof is het dat iedereen zo mee leeft op zo’n dag.

Met een volle auto richting Burgh. Beter veel en veel te vroeg, dan precies op tijd is mijn motto. In een cafeetje is er nog ruim de tijd voor een shot cafeïne. Daarnaast is er vandaag een extra bijzondere supporter afgereisd uit de hoofdstad. Ergens tussen koffie 1 en koffie 2, stel ik L. voor (zo heet ze) aan mijn ouders als zijnde EEN vriendin die ik enkele weken geleden op Lowlands ben tegen gekomen… Mijn ouders weten dan genoeg natuurlijk.

Inlopen. Niet te veel doen, straks heb ik alle energie hard nodig. En, in tegenstelling tot een 10km, kan ik gewoon rustig starten, op gang komen. Hoe lang is het nog? 11.49 uur…

Elf minuten later sta ik ongeveer op de derde rij achter de startlijn. We mogen! Zonnetje, windkracht 3, rond de 15 graden. Iets te warm, maar dat betekent ook meer publiek aan de kant waarschijnlijk. Ik heb er zo ongelofelijk veel zin in! Hier geen Lee Towers en kanonschoten, maar stipt twaalf uur klinken er twaalf klokslagen uit de kerktoren van Burgh. START! >>>