42.195 kilometer in de hoofdstad (2)

Marathon Amsterdam (2)

(vervolg van deel 1)

En we zijn weg. Hier loop ik. Ik ben mezelf heel erg bewust van waar ik mee bezig ben. Wat dat betreft vind ik de marathon echt iets speciaals. Bij alle andere (kortere) afstanden die ik loop, ben ik maar bezig met één ding: z.s.m. finishen. Maar vandaag dus niet. Net als in mijn eerste marathon, een jaar geleden, lijkt het wel of ik meer geniet van die 42.195 km wedstrijden. De zon schijnt, heel veel mensen langs de route en de eerste kilometers voelen heerlijk.

Met een klein groepje passeer ik het 10 kilometerpunt. Churchillaan. Als het goed is, krijg ik hier de eerste bidon aangereikt van mijn trouwste supporter J. Ik zie haar al staan vanaf een flinke afstand. Ook dit is wat ik zo mooi vind aan de marathon. Alles is vooraf voorbereid. Essentieel. Samen met je supporters neem je jouw plan door. Je weet waar ze staan langs de route. Je leeft echt toe naar deze punten van verzorging en aanmoediging op maat.

Richting Amstel nu; het mooiste deel van de route. Hier verwacht ik veel bekenden. Ik passeer ze één voor één. Ouders, schoonouders, vriendin…en als verrassing staan er ook nog twee Bredase loopmaatjes. Tof! Al die mensen, hier voor mij. Dat geeft zo’n kick. Een vorm van trots blaast mij vooruit.

Ik haak aan bij een wat oudere loper. Sterk en ervaren. Dat zie ik meteen. Hij loopt eigenlijk een paar seconden per kilometer harder dan ik had gepland, maar ik neem de gok. Zijn trainer fietst ernaast en moedigt aan. Het gaat zo makkelijk, maar ik weet ook dat het nog ver is… Met zijn tweeën kijken we naar de overkant van de Amstel. De Kenianen vliegen daar voorbij. Zij zijn de 21.1 al gepasseerd.

Onze doorkomsttijd op de halve is goed. Een maand of tien geleden had ik mijzelf als doel gesteld onder de 2 uur 40 te lopen. Maar dan wel in Rotterdam (april dus!). In maart schoot het echter enorm in de rug waardoor ik weken uit de roulatie was. Letterlijk aan de bank gekluisterd. Tijdens het passeren van de klok halverwege, denk ik hieraan. De voorbereiding verliep, na de blessure, op zich redelijk goed, maar ik voelde me nog steeds minder sterk dan een jaar geleden toen ik de Kustmarathon liep. Ik moet nu tevreden zijn met een tijd onder de 2.43. Maar de klok geeft nu 1.19 aan. En ik voel me nog superfit. Zou het dan toch…?

Einde Amstel. Bidonnetje aanpakken, zwaaien naar de supporters die de brug naar de overkant hebben gepakt. Nu komt het saaiste stuk eraan. Kilometer 27,28,29…

30, 31… dit is waar ik voor het eerst echt ‘iets’ ga voelen. De beentjes worden zwaarder. Zeker een kilo of 5. Per stuk. Rond de 33 kilometer wederom een paar fijne vriendjes die ik ergens langs de route wel had verwacht. Ze komen nu echter precies op het juiste moment. Dit was ff nodig.

Kilometer 36. Het is klaar. Mijn benen staken. Per stuk nu 15 kilo zwaarder. De flow waarin ik zo lang heb kunnen lopen heeft er blijkbaar genoeg van. De rest doe je zelf maar. Zoiets. Mijn klokje wat mij iedere 500 meter voorziet van het gelopen tempo, bevestigt deze realiteit. Het gaat nu echt langzamer… Ik heb nog wat speling om alsnog onder de 2.40 uur te kunnen duiken, maar ik weet nu dat dit te moeilijk gaat worden. Ik heb nu nog maar één doel; Vondelpark. Ik weet dat ik hier nog een laatste aanmoediging ga krijgen en dan ben je er bijna.

Tot 39 kilometer kom ik voor mijn gevoel niet meer vooruit. De ‘500-meters’ lopen op. Zo jammer dat een marathon net 5 kilometer te lang is. Maar ik haal het Vondelpark. De support doet me goed. Ik kan zelfs nog lachen voor een foto. In een groepsapp lees ik later terug dat ik er nog heel fris uit zag. De foto’s zelf bewijzen toch echt het tegendeel…Maar ik ben er wel bijna. En iedereen om me heen ‘staat stil’. Het ligt dus niet aan mij. De sub 2.40 heb ik, gek genoeg, binnen enkele kilometers losgelaten. Ik ga finishen. Een half jaar geleden kon ik de drempel van mijn huis niet eens over zonder houvast. Vandaag loop ik hier. Tot 35 kilometer een superrace. Die laatste kilometers zij dan maar zo.

De laatste bocht door. Kilometerbordje 41. De lach is terug op mijn gezicht. Made it! De laatste meters. Druk aan de kant hier. Heerlijk. Het stadion doemt op! Daar gaan we… poort door. Wow! Volle tribunes. Muziek. Ik vlieg zelfs weer even. En zie de klok…2 uur 40 minuten en 37 seconden, 38, 39, 40. Toch een finish die heel dicht bij mijn droomtijd komt. De laatste kilometers heb ik mijn horloge niet meer aan willen kijken, dus ik ben oprecht nog verbaasd. En blij. En een beetje trots ook wel. 2 uur 40 minuten en 49 seconden. Stop de tijd.

Speurend kijk ik naar de volle tribunes. Ik spot mijn ouders en mijn vriendin. Alles klopte vandaag. Het weer. De vorm. De benen. Mijn eindtijd. Maar eigenlijk boven alles (en dat besef ik als ik oogcontact maak) dat ik dit kan doen en dat ik dit mocht doen met zo veel fijne mensen om mij heen.

42.195 kilometer in de hoofdstad (1)

Marathon Amsterdam

Zondag 16 oktober 2016. Goed geslapen. Beter dan verwacht. De wekker geeft 06:30 aan, dus ik mag mijn bed uit. Eindelijk; vandaag is dé dag. Mijn dag! Beginnen maar met een flink ontbijt. De laatste koolhydraten naar binnen zien te krijgen.

Hoe is het weer? De voorspellingen zijn goed. Ideaal zelfs, zo wordt verwacht. Nog even douchen om wakker te worden en de spieren wat te ontspannen. Singlet aan, korte broek, sokken, schoenen en trainingspak. Check. De tas met overige spulletjes gisterenavond al gepakt natuurlijk. Nou ja… eigenlijk stond de tas al een weekje klaar. Aan de voorbereiding ligt het niet.

Ik ben ready to go! Bus in en overstappen op de tram bij Amsterdam Centraal. Tram 16 richting VU; helemaal volgepakt met hardlopers. Spaans, Engels, Duits, Portugees, ik hoor het allemaal om me heen. Verhalen over marathons in Barcelona, Tokyo, Delhi… mooi. Hoe dichter we bij het Olympisch stadion komen, hoe meer hardlopers er uit alle straten opduiken. Bij de laatste halte voegen de trammers zich bij de lopers. Een kleine kilometer lopen we samen nog naar het stadion. Zie ik daar een eerste zonnetje?

Er is nog tijd voor een dubbele espresso in een koffiebarretje tegenover het stadion. Er staan straks 12.000 lopers aan de startlijn, hemelsbreed 300 meter verderop, maar in het barretje is het opvallend rustig. Ideaal. Omkleden maar, startnummer opspelden en dan richting het afgiftepunt om de tas af te geven.

Inlopen, de eerste meters op het parcours. Volgens mij zie ik Wilson Chebet lopen. Chebet! Verderop word ik ingehaald door Choukoud. Ik realiseer me weer eens dat je je in geen enkele sport zo dicht tussen de absolute top kan en mag bevinden voorafgaand aan een wedstrijd.

Nog 15 minuten tot de start, dus de hoogste tijd om het stadion in te lopen. Wow! Het zit behoorlijk vol. De muziek speelt hard, de startvakken lopen vol. Ik spot eindelijk mijn vriendin op de tribune. Ook zij is zenuwachtig. Veel familie en vrienden zie ik straks nog langs de route. Allemaal hier voor mij. Voor mijn dag. Eén grote glimlach verschijnt op mijn gezicht. Er lopen rillingen over mijn lijf. Dit is waar ik al die maanden voor heb getraind, veel voor heb opgeofferd, een half jaar lang over heb nagedacht, gedroomd. Weer blessurevrij. En dat alles schiet nu door mijn hoofd, zo blij dat ik hier sta. Fit, goed in vorm, familie en vrienden om mij aan te moedigen en omgeven door 12.000 andere lopers. Hartslag 120, de zenuwen zijn definitief gearriveerd. Nog 10 seconden, 9,8… >>>