Mijn kustmarathon (2)

(vervolg van deel 1)

Door de pittige duurloopjes van 25 tot 30 kilometer die ik vrijwel wekelijks heb gelopen (soms zelfs twee keer per week), voelen de eerste 10 kilometers zo ontzettend makkelijk. We lopen met een man of zes in een groepje. Er wordt nog best wat gepraat door deze mannen onderweg, waardoor ik kan opmaken dat een deel van hen al jaren meedoet. Lijkt mij dus prima om van hun ervaring gebruik te maken en in hun tempo mee te lopen. Ik ga er lekker tussenin lopen. Ontspannen.

Bij het doorkruisen van de Oosterscheldekering worden we (op de naastgelegen rijbaan) gepasseerd door een hard toeterende auto waaruit mijn naam luid wordt geschreeuwd. Supporter L. met maatje J. moedigen aan alsof hun leven ervan af hangt. Enkele kilometers later is de auto geparkeerd en staan ze klaar met de eerste bidon en het eerste gelletje. So far, so good. So far, very good!

Kustmarathon Zeeland - refresher

De eerste 20 kilometers vliegen echt voorbij. Het voelt nog steeds zo comfortabel. Naast de vele bekenden langs de route, heb ik net ook voor de eerste keer kunnen zwaaien naar mijn ouders. Net voordat ik het strand opduik, pak ik van hen een tweede bidonnetje aan. De ‘makkelijke’ kilometers zitten er op nu. Het voelt echter goed en ik besluit om het groepje achter me te laten en een iets harder tempo te gaan lopen.

Waar het publiek tot twintig kilometer massaal aanwezig is, is dat op het strand niet het geval. Maar het gevoel is heerlijk. Ik loop alleen en alleen in de verte zie ik een andere deelnemer lopen. Ik kom dichter en dichterbij en heb door dat ‘de andere deelnemer’ een loper is van mijn eigen club in Breda. Een loper die echter PR’s heeft staan die voor mij verre van haalbaar zijn. En ook al weet ik dat het voor hem geen wedstrijd is waarop de focus ligt, geeft het toch een ontzettende boost als ik hem passeer en achter me laat.

Net voordat ik het strand weer afdraai, staat moeders klaar met het geplande gelletje en een nieuwe bidon. Drinken gaat goed, is nodig ook, want de zon schijnt fel. Strand af, trap over, duinen in. 27,5 kilometer gehad. Nog 15 te gaan. Het zwaarste deel van de route, waar ik een paar keer heb kunnen trainen, begint nu. Maar so far, nog steeds very, very good!

In de duinen gaat mijn tijd per gelopen kilometer voor het eerst echt achteruit. Maar ik loop nog steeds redelijk makkelijk. Op naar het hoogste punt van de route; de ‘Hoge Hill’ in Domburg. Deze duin ligt op 31 kilometer van het parcours, dus op meerdere fronten is dit een belangrijk punt. Daarnaast ga ik hier ook de laatste keer vriendje J. en supporter L. zien. Zij moeten vanaf dit punt richting finish rijden om op tijd te kunnen zijn. De aanmoediging die ik krijg, geeft iedere keer weer zo veel energie! Ik ben zo blij dat iedereen hier vandaag is voor mij.

Na 36 kilometer kijk ik pas voor de eerste keer bewust naar mijn horloge om iets van een eindtijd te gaan schatten. En ja, er komen alleen nog maar lastige kilometers en de man met de hamer zou hier ook nog wel ergens aan de kant moeten staan, maar ik ga nog steeds goed. Heel goed. Ik bedenk me voor het eerst dat die sub 3.00 uur toch wel zou moeten lukken.  Ergens tussen 30 en 35 heeft het best wel even iets zwaarder gevoeld, maar nu voel ik me eigenlijk wel weer ok. Ik ben er bijna.

Bijna! 41 kilometer. Trap af, laatste stukje strand, afremmen om de pijlers door te gaan, duin naar boven. Trap op. Kippenvel over mijn hele lijf. Ik loop de dijk over, de laatste meters en zie daar links beneden van mij de finish al liggen. Het vele publiek. Ik hoor de speaker. Ik weet dat mijn familie daar staat. Ouders, zus, tante, nichtje, vriendjes, supporter L. Ik voel me sterker en energieker dan ooit.

Met mijn blauw-witte vlaggetje, loop ik de finish over. 12e plek, 2.53.48. Deze (perfecte) dag, ga ik niet snel vergeten.

Mijn kustmarathon (1)

Als een kind zo blij ren ik de straat door. Daar… daar aan het eind ligt de berg met zand. Het voor mij oh zo bekende plaatje wat ik al vele jaren ken van de beelden op de lokale tv-omroep. Als ik daar straks bovenop sta, dan heb ik het gedaan! Ik zwaai als een dolle met mijn zojuist vergaarde vlaggetje. Aangereikt door een klein jongetje in het publiek. Een vlaggetje met de blauw-witte kleuren uit de Zeeuwse vlag. Met een enorme lach, die eigenlijk de hele middag al niet van mijn gezicht af is te krijgen (en ook de komende dagen nog wel even blijft plakken), loop ik de laatste meters. Na 42 kilometers en een beetje, hardlopend in een heerlijk, maar best wel warm najaarszonnetje, op en neer over de duinen, door het mulle zand, steile trappen op en af, voel ik mij op dit moment toch sterker en energieker dan ooit. De laatste meters…

Maar goed, misschien eerst maar even terug naar wat maandjes eerder.

Ik heb ongetwijfeld al deelgenomen aan zo’n honderd hardloopwedstrijdjes. Halve marathons, Zeven Heuvelen, Ten Miles en met name heel veel 10 km-wedstrijdjes. Inclusief heel doelgericht trainen en meer dan serieus ‘rekening houdend met’… zullen we maar zeggen (op dat gedeelte van mijn uit de hand gelopen hobby, kom ik vast nog wel eens terug). Al jaren train ik vijf tot zes keer in de week. Maar nooit nam ik deel aan de afstand der afstanden. De klassieke afstand. De marathon.

Het moet er dus maar eens van komen. Al is het maar om ook een klein beetje serieus genomen te worden door al die collega’s, familieleden, kennissen en alle anderen die het hardlopen niet als het meest belangrijke in de hele wereld beschouwen (bij wijze van dan he…). Zeer regelmatig krijg ik toch te maken met teleurstellende blikken als mij de vraag word gesteld wat mij zoal bezig houdt:… “Hardlopen? Goh leuk…loop je ook Marathons?”. Uuh, nee… En weg is de aandacht. Hoe serieus kun je daar dan immers mee bezig zijn. Niet iedereen lijkt te snappen dat je ook helemaal stuk kunt gaan in 10, of 5 kilometer. En dat je daar ook echt vrijwel iedere dag van de week heel hard voor kunt trainen om, voor jezelf althans, een acceptabele tijd neer te zetten.

Maar dat is natuurlijk niet de reden. Na in mei en juni een, voor mij, hele goede serie aan 10km-wedstrijden te hebben gelopen, heb ik gewoon zin in iets nieuws. Iets wat eigenlijk al jaren door mijn hoofd spookt, maar ik eigenlijk nooit aan durfde of zo: de marathon! En dan ook maar meteen de mooiste die je als geboren Zeeuw kunt lopen: de Kustmarathon Zeeland.

Na een ruime oriëntatie op diverse trainingsschema’s, overleg met trainer en diverse hardloopmaatjes die de marathon al wel hebben volbracht, knutsel ik zelf een schema in elkaar. Achteraf wellicht een tikkie te veel van het goede (vrijwel geen week onder de 100 km, uitschieters naar 130 km), maar het voelt goed! De lange duurlopen van twee uur en langer vind ik heerlijk. Een paar keer train ik alvast op het marathonparcours zelf. Pas dan realiseer ik me dat het toch wel echt zwaar gaat worden. Zoveel trappen, flinke klimmetjes in de duinen en dan ook nog een kleine 10 kilometer over het strand.

Op basis van uitslagen van voorgaande edities, spoor ik wat lopers op via uitslagen.nl. Ik probeer uit te zoeken welke lopers er vergelijkbare tijden lopen als ik op een 10 km of halve marathon, zodat ik een idee krijg wat voor tijd ik zelf hier in Zeeland op de marathon zou kunnen lopen. Ook al wil ik eigenlijk gewoon genieten deze eerste keer en is een goede tijd lopen hier echt het minst belangrijke, onmogelijk ook met dit parcours. Ik kan het natuurlijk toch niet laten om ergens in mijn hoofd een klein briefje te plakken met een streeftijd. Met potlood noteer ik; onder de drie uur, een top 20-klassering.

En dan kunnen we! Mogen we eindelijk! 3 oktober, 2015. Na drie maanden van lange, hele lange trainingsschema’s, heftig cocongedrag, nadenken en dromen over, mag ik het gaan afmaken vandaag. Mijn eerste marathon dus. In de thuisprovincie. De zwaarste van Nederland roept de organisatie zelf. Doet er niet toe. Voor mij is het in ieder geval de mooiste.

Gisteren al afgereisd naar Zeeland vanuit Breda. Waar slaap je immers beter dan in je oude slaapkamertje bij paps en mams? Tijd voor een ontbijtje. Yoghurt, banaantje, cruesli en wat boterhammen met jam. Ik doe nog een poging om de PZC (krant) te lezen, maar ik neem natuurlijk helemaal niks op. Ik zit met mijn hoofd al in Burgh, waar we straks gaan starten. Hoe lang is het nog?

Even douchen nog. Outfit aan. Startnummer alvast opspelden. Bidons vullen. Nog maar eens dubbelchecken met de supporters die mij gaan voorzien van gelletjes en drankjes onderweg. Check, check, vierdubbelcheck! En appjes met succeswensen lezen. Hoe tof is het dat iedereen zo mee leeft op zo’n dag.

Met een volle auto richting Burgh. Beter veel en veel te vroeg, dan precies op tijd is mijn motto. In een cafeetje is er nog ruim de tijd voor een shot cafeïne. Daarnaast is er vandaag een extra bijzondere supporter afgereisd uit de hoofdstad. Ergens tussen koffie 1 en koffie 2, stel ik L. voor (zo heet ze) aan mijn ouders als zijnde EEN vriendin die ik enkele weken geleden op Lowlands ben tegen gekomen… Mijn ouders weten dan genoeg natuurlijk.

Inlopen. Niet te veel doen, straks heb ik alle energie hard nodig. En, in tegenstelling tot een 10km, kan ik gewoon rustig starten, op gang komen. Hoe lang is het nog? 11.49 uur…

Elf minuten later sta ik ongeveer op de derde rij achter de startlijn. We mogen! Zonnetje, windkracht 3, rond de 15 graden. Iets te warm, maar dat betekent ook meer publiek aan de kant waarschijnlijk. Ik heb er zo ongelofelijk veel zin in! Hier geen Lee Towers en kanonschoten, maar stipt twaalf uur klinken er twaalf klokslagen uit de kerktoren van Burgh. START! >>>