Amsterdam Marathon 2018: WE did it.

Nog even over de afgelopen 3,5 maand…

Lopen. Iedere week 6 dagen, gemiddeld zo’n 115 kilometer per week, oplopend tot een maand met meer dan 500 gemaakte kilometers. 4x per week vroeger opstaan voor een half uur core-stability oefeningen. Rust. Minimaal 9 uur per dag op bed zien te liggen, 10 uur in het weekend. Voeding. Bakken kwark, kilo’s fruit, vele pakken chocomel en 2 maanden (bijna geheel) alcoholvrij. Spontane uitstapjes. Even niet. Sociale contacten buiten de loopgroep. Laag pitje. Andere prioriteiten. Uitgesteld. De reden? 30 seconden tijdwinst zien te boeken over een race van 42,195 kilometer.

30 tellen dus. 30 tellen eraf op een tijd van 2 uur, 40 minuten en 29 seconden. Best een flinke investering en een hoop gedoe dus in de ogen van velen. Compleet doorgeslagen in ogen van anderen. Ik geef ze geen ongelijk. Maar die 30 tellen eraf lopen was het enige wat er toe deed alle afgelopen weken en wat het doel was, afgelopen zondag tijdens de Marathon van Amsterdam. Mijn tweede marathon in de hoofdstad, mijn vierde marathon in totaal.

Genieten van voorbereiding op een marathon doe ik eigenlijk altijd. Geen duurloop is voor mij te lang, je merkt dat de vorm beter en beter wordt en met zo’n mooie zomer is het echt een feest om zoveel buiten te kunnen zijn.  Maar in tegenstelling tot mijn voorgaande marathons was dit er eentje waarbij ik samen kon en mocht trainen met een groep van maar liefst 18 andere atleten (allen met een richttijd onder de 3 uur). Een enkeling liep Berlijn, of loopt New York, maar met de rest stonden we aan de start in Amsterdam. Echt uniek om hier samen naar toe leven en het maakt de voorbereiding nóg zoveel leuker, mooier!

Wat ook helpt is dat alles weer ging, zoals je wilt dat het gaat. Een 30 kilometer wedstrijd begin september (30 van Amsterdam Noord) redelijk makkelijk kunnen aanhaken bij een groepje wat lange tijd op een marathon eindtijd loopt van 2 uur 35 minuten. Een Damloop op 75% lopen (maar wel met een PR finishen). Tijdens de leukste halve marathon van Nederland (Singelloop Breda) het gevoel hebben dat je constant op de rem moet trappen, omdat je,  om te sparen, niet harder wilt lopen dan het beoogde marathon tempo. Eindeloze blokken bosbaan wegstampen in tempo’s die net even iets te hard gaan. Meerdere keren de 35 km aangetikt voorafgaand en zelfs twee keer vrijwel al een hele marathon voltooid. De enige twijfel: komt die piek niet veel te vroeg nu alles zo makkelijk gaat? Zingt Andre Hazes ons straks in het stadion niet zoiets toe als Bloed, Zweet en Tranen? Invulling aan twee van deze drie woorden heb ik nog steeds niet ervaren. Ff wachten nog bitte sehr met die absolute topvorm! De 21e pas graag. Nog 3 weken, nog 10 dagen, een weekje, 2 dagen…

En we zijn er! Perfect weer, 12 graden, nauwelijks wind, klein zonnetje. Na twee jaar wederom aan de start in het mooie Olympische Stadion. Destijds voor de eerste keer op het veld, maar inmiddels vaste bezoeker tijdens de Phanos trainingen op de maandag- en woensdagavonden.  Zo mooi ook nu dat we hier nu staan met de hele groep. Iedereen blij, gespannen, fit, lachend, vol energie, trots, op elkaar ook. We gaan het doen vandaag. Alleen wij zelf zullen de stappen moeten zetten, maar meer dan ooit voelt deze marathon als een teamprestatie.

De eerste kilometers voelen, zoals het hoort. Makkelijk. Natuurlijk loop ik iets te snel. Vondelpark doorknallen en dan proberen ritme te pakken en een groepje zien te vinden. Maar ondanks de 12.000 lopers lijkt er vandaag niemand te hebben besloten om ook maar enigszins hetzelfde tempo te lopen. Heel af en toe haakt er iemand aan, plakt er iemand in de rug, maar verder ga ik het dus alleen doen vandaag. Dat wil zeggen: op het parcours. Want naast de lijn, zijn er wel hulptroepen ingeschakeld.

Mijn trouwste supporter L. fietst vandaag de hele stad door. Ontspannen een wedstrijdje kijken hoort daar niet bij. Met een neurotenschema waarin per minuut staat aangeven waar ze verwacht wordt en wat er aangereikt dient te worden, heeft zij een mogelijk nog grotere uitdaging vandaag. En als ik op het 32 kilometerpunt een cafeïne gelletje laat vallen, die ‘essentieel’ is volgens het schema wat zij heeft meegekregen, is er geen twijfel. Stilstaan of teruglopen doe ik niet, dus wat ze doet is gelletje oprapen, sprinten en taak alsnog volbrengen:  #trots, #nummer1supporter , #marathonsloopjenietalleen.

Dat gelletje was nodig ook. Ik had onderweg  besloten om het iets te harde tempo wat ik liep, gewoon maar door te lopen. Iedere kilometer net even een paar seconden te snel, maar het voelt lekker en dus neem ik de gok. Ik vertrouw erop dat ik dat tot 30 kilometer in ieder geval moet kunnen volhouden en hoop het verval zo lang mogelijk uit te stellen. Halverwege geeft de klok net iets minder dan 1 uur en 18 minuten aan. Te snel weet ik. Een buffer opbouwen dan maar. De Amstel aan de linkerhand. Klein windje in de rug. De stroom met lopers aan de overkant die straks pas dit punt zullen passeren. Bootjes met Hollandse Smartlappen uit de speakers. Genieten. Nog even. Zo blijkt.

Want net voor het ‘gelletjes incident’, merk ik dat het kilometer tempo terugloopt. De benen lopen vol. Dat worden nog 12 lange kilometers zo vrees ik. Langzaam begint het aan te voelen alsof alle snelheid verdwijnt. Het zal toch niet?

In mijn hoofd begin ik te rekenen. Nog 10 kilometer te gaan. Ik heb een buffer. Het doel was 30 seconden van het PR af.  Uit zien te komen onder de 2 uur en 40 minuten. Ok, heel eerlijk: de afgelopen maand was dat doel bijgesteld omdat alles zo makkelijk leek te gaan. 2 uur en 38 minuten: dat zou het moeten worden.  Als ik nu kilometers ga lopen van 4 minuten, dan is 2 uur 38 minuten nog net haalbaar. Iedere kilometer die nu nog volgt, mag ik er dik 15 seconden langer over doen dan alle voorgaande kilometers. Kan ik dat nog opbrengen?

Aftellen. 9 kilometer te gaan. Weer een kilometer onder de 4 minuten gelopen. 8 kilometer te gaan; 3 minuten en 50 seconden. Voldoende. Het voelt zwaarder en zwaarder, maar het tempo klapt niet helemaal in. Nog 3 kilometer te gaan. De langste kilometers. Vondelpark bereikt. Dan weet ik het. Het voelt verre van makkelijk meer, maar ik ga niet meer instorten. Mijn benen doen pijn, maar de rest voelt goed. Dit gaat lukken. De drukte neemt toe naarmate de poorten van het stadion dichterbij komen. Ik hoor de speaker. Zie nu ook hoe vol het zit. 200 meter op de baan nog. Yes! Armen moeten de lucht in. Yes! De opgebouwde buffer bleek voldoende. 2 uur 37 minuten en 20 seconden. De 30 tellen die eraf moesten 3,5 maand geleden, werden 3 minuten. Bam!

Net over de streep een vette high five met de snelste loper uit onze Phanos groep. Oogcontact met trouwste supporter L. op de tribune. De grote grijns op mijn gezicht verschijnt. Ontlading in de buurtkroeg achteraf met de hele groep die finisht binnen de drie uur. Blij, voldaan, lachend en trots. Op mezelf, op elkaar. Wat een dag. WE did it!Marathon Amsterdam

Een nieuwe speeltuin

Exact 17 jaar heb ik in de mooiste hardloopstad van Nederland gewoond; Breda. Duizenden kilometers heb ik hier de afgelopen jaren gelopen. Voor iedere training altijd het perfecte rondje te vinden, voor de afwisseling altijd een andere ondergrond voorhanden. Start en finish altijd voor mijn eigen voordeur. Ronddwalen door de historische binnenstad, rustige rondjes langs de singels. Omgeven door groen en uitgestrekte polders. De vele loopgroepen, lieve mensen en een fraai gelegen atletiekbaan bij mijn club AV Sprint.

Voor de lange duurlopen richting de Galderse Meren, of over bospaadjes richting de omliggende gehuchten Strijbeek, Galder, Chaam en Ulvenhout. Uitzichten die nooit zijn gaan vervelen. Tientallen kilometers langs het water van De Mark, met af en toe een paar koeien die op de weg liggen. En het oh zo fijne, heerlijke, altijd andere en geliefde Mastbos op 10 minuutjes inlopen afstand van mijn huis…

Vrijwel wekelijks de keuze uit sterk bezette wedstrijdjes in de directe omgeving. Steevast tot in de puntjes geregeld. De meest enthousiaste supporters langs de lijn. Organisator van verreweg de meest sfeervolle en gezellige hardloopwedstrijd van het land (Bredase Singelloop)…

Ja ik ga Breda, de mooie hardloopstad Breda, absoluut missen.

Maar gelukkig krijg ik er iets heel moois voor terug. In onze hoofdstad mag ik weer op zoek naar nieuwe rondjes. En met de dijken aan het Ijmeer en Markermeer in de achtertuin, de groene weilanden achter Amsterdam-Noord, de nog rustige grachten op een vroege zondagochtend, ‘workout hotspot’ Vondelpark, het rauwe NDSM terrein en ietsje verderop ook nog eens het Amsterdamse Bos, komt dat denk ik best wel goed. Na 17 jaar mag ik weer een nieuwe speeltuin ontdekken.

Speeltuin - NDSM

42.195 kilometer in de hoofdstad (2)

Marathon Amsterdam (2)

(vervolg van deel 1)

En we zijn weg. Hier loop ik. Ik ben mezelf heel erg bewust van waar ik mee bezig ben. Wat dat betreft vind ik de marathon echt iets speciaals. Bij alle andere (kortere) afstanden die ik loop, ben ik maar bezig met één ding: z.s.m. finishen. Maar vandaag dus niet. Net als in mijn eerste marathon, een jaar geleden, lijkt het wel of ik meer geniet van die 42.195 km wedstrijden. De zon schijnt, heel veel mensen langs de route en de eerste kilometers voelen heerlijk.

Met een klein groepje passeer ik het 10 kilometerpunt. Churchillaan. Als het goed is, krijg ik hier de eerste bidon aangereikt van mijn trouwste supporter J. Ik zie haar al staan vanaf een flinke afstand. Ook dit is wat ik zo mooi vind aan de marathon. Alles is vooraf voorbereid. Essentieel. Samen met je supporters neem je jouw plan door. Je weet waar ze staan langs de route. Je leeft echt toe naar deze punten van verzorging en aanmoediging op maat.

Richting Amstel nu; het mooiste deel van de route. Hier verwacht ik veel bekenden. Ik passeer ze één voor één. Ouders, schoonouders, vriendin…en als verrassing staan er ook nog twee Bredase loopmaatjes. Tof! Al die mensen, hier voor mij. Dat geeft zo’n kick. Een vorm van trots blaast mij vooruit.

Ik haak aan bij een wat oudere loper. Sterk en ervaren. Dat zie ik meteen. Hij loopt eigenlijk een paar seconden per kilometer harder dan ik had gepland, maar ik neem de gok. Zijn trainer fietst ernaast en moedigt aan. Het gaat zo makkelijk, maar ik weet ook dat het nog ver is… Met zijn tweeën kijken we naar de overkant van de Amstel. De Kenianen vliegen daar voorbij. Zij zijn de 21.1 al gepasseerd.

Onze doorkomsttijd op de halve is goed. Een maand of tien geleden had ik mijzelf als doel gesteld onder de 2 uur 40 te lopen. Maar dan wel in Rotterdam (april dus!). In maart schoot het echter enorm in de rug waardoor ik weken uit de roulatie was. Letterlijk aan de bank gekluisterd. Tijdens het passeren van de klok halverwege, denk ik hieraan. De voorbereiding verliep, na de blessure, op zich redelijk goed, maar ik voelde me nog steeds minder sterk dan een jaar geleden toen ik de Kustmarathon liep. Ik moet nu tevreden zijn met een tijd onder de 2.43. Maar de klok geeft nu 1.19 aan. En ik voel me nog superfit. Zou het dan toch…?

Einde Amstel. Bidonnetje aanpakken, zwaaien naar de supporters die de brug naar de overkant hebben gepakt. Nu komt het saaiste stuk eraan. Kilometer 27,28,29…

30, 31… dit is waar ik voor het eerst echt ‘iets’ ga voelen. De beentjes worden zwaarder. Zeker een kilo of 5. Per stuk. Rond de 33 kilometer wederom een paar fijne vriendjes die ik ergens langs de route wel had verwacht. Ze komen nu echter precies op het juiste moment. Dit was ff nodig.

Kilometer 36. Het is klaar. Mijn benen staken. Per stuk nu 15 kilo zwaarder. De flow waarin ik zo lang heb kunnen lopen heeft er blijkbaar genoeg van. De rest doe je zelf maar. Zoiets. Mijn klokje wat mij iedere 500 meter voorziet van het gelopen tempo, bevestigt deze realiteit. Het gaat nu echt langzamer… Ik heb nog wat speling om alsnog onder de 2.40 uur te kunnen duiken, maar ik weet nu dat dit te moeilijk gaat worden. Ik heb nu nog maar één doel; Vondelpark. Ik weet dat ik hier nog een laatste aanmoediging ga krijgen en dan ben je er bijna.

Tot 39 kilometer kom ik voor mijn gevoel niet meer vooruit. De ‘500-meters’ lopen op. Zo jammer dat een marathon net 5 kilometer te lang is. Maar ik haal het Vondelpark. De support doet me goed. Ik kan zelfs nog lachen voor een foto. In een groepsapp lees ik later terug dat ik er nog heel fris uit zag. De foto’s zelf bewijzen toch echt het tegendeel…Maar ik ben er wel bijna. En iedereen om me heen ‘staat stil’. Het ligt dus niet aan mij. De sub 2.40 heb ik, gek genoeg, binnen enkele kilometers losgelaten. Ik ga finishen. Een half jaar geleden kon ik de drempel van mijn huis niet eens over zonder houvast. Vandaag loop ik hier. Tot 35 kilometer een superrace. Die laatste kilometers zij dan maar zo.

De laatste bocht door. Kilometerbordje 41. De lach is terug op mijn gezicht. Made it! De laatste meters. Druk aan de kant hier. Heerlijk. Het stadion doemt op! Daar gaan we… poort door. Wow! Volle tribunes. Muziek. Ik vlieg zelfs weer even. En zie de klok…2 uur 40 minuten en 37 seconden, 38, 39, 40. Toch een finish die heel dicht bij mijn droomtijd komt. De laatste kilometers heb ik mijn horloge niet meer aan willen kijken, dus ik ben oprecht nog verbaasd. En blij. En een beetje trots ook wel. 2 uur 40 minuten en 49 seconden. Stop de tijd.

Speurend kijk ik naar de volle tribunes. Ik spot mijn ouders en mijn vriendin. Alles klopte vandaag. Het weer. De vorm. De benen. Mijn eindtijd. Maar eigenlijk boven alles (en dat besef ik als ik oogcontact maak) dat ik dit kan doen en dat ik dit mocht doen met zo veel fijne mensen om mij heen.

42.195 kilometer in de hoofdstad (1)

Marathon Amsterdam

Zondag 16 oktober 2016. Goed geslapen. Beter dan verwacht. De wekker geeft 06:30 aan, dus ik mag mijn bed uit. Eindelijk; vandaag is dé dag. Mijn dag! Beginnen maar met een flink ontbijt. De laatste koolhydraten naar binnen zien te krijgen.

Hoe is het weer? De voorspellingen zijn goed. Ideaal zelfs, zo wordt verwacht. Nog even douchen om wakker te worden en de spieren wat te ontspannen. Singlet aan, korte broek, sokken, schoenen en trainingspak. Check. De tas met overige spulletjes gisterenavond al gepakt natuurlijk. Nou ja… eigenlijk stond de tas al een weekje klaar. Aan de voorbereiding ligt het niet.

Ik ben ready to go! Bus in en overstappen op de tram bij Amsterdam Centraal. Tram 16 richting VU; helemaal volgepakt met hardlopers. Spaans, Engels, Duits, Portugees, ik hoor het allemaal om me heen. Verhalen over marathons in Barcelona, Tokyo, Delhi… mooi. Hoe dichter we bij het Olympisch stadion komen, hoe meer hardlopers er uit alle straten opduiken. Bij de laatste halte voegen de trammers zich bij de lopers. Een kleine kilometer lopen we samen nog naar het stadion. Zie ik daar een eerste zonnetje?

Er is nog tijd voor een dubbele espresso in een koffiebarretje tegenover het stadion. Er staan straks 12.000 lopers aan de startlijn, hemelsbreed 300 meter verderop, maar in het barretje is het opvallend rustig. Ideaal. Omkleden maar, startnummer opspelden en dan richting het afgiftepunt om de tas af te geven.

Inlopen, de eerste meters op het parcours. Volgens mij zie ik Wilson Chebet lopen. Chebet! Verderop word ik ingehaald door Choukoud. Ik realiseer me weer eens dat je je in geen enkele sport zo dicht tussen de absolute top kan en mag bevinden voorafgaand aan een wedstrijd.

Nog 15 minuten tot de start, dus de hoogste tijd om het stadion in te lopen. Wow! Het zit behoorlijk vol. De muziek speelt hard, de startvakken lopen vol. Ik spot eindelijk mijn vriendin op de tribune. Ook zij is zenuwachtig. Veel familie en vrienden zie ik straks nog langs de route. Allemaal hier voor mij. Voor mijn dag. Eén grote glimlach verschijnt op mijn gezicht. Er lopen rillingen over mijn lijf. Dit is waar ik al die maanden voor heb getraind, veel voor heb opgeofferd, een half jaar lang over heb nagedacht, gedroomd. Weer blessurevrij. En dat alles schiet nu door mijn hoofd, zo blij dat ik hier sta. Fit, goed in vorm, familie en vrienden om mij aan te moedigen en omgeven door 12.000 andere lopers. Hartslag 120, de zenuwen zijn definitief gearriveerd. Nog 10 seconden, 9,8… >>>