Amsterdam Marathon 2018: WE did it.

Nog even over de afgelopen 3,5 maand…

Lopen. Iedere week 6 dagen, gemiddeld zo’n 115 kilometer per week, oplopend tot een maand met meer dan 500 gemaakte kilometers. 4x per week vroeger opstaan voor een half uur core-stability oefeningen. Rust. Minimaal 9 uur per dag op bed zien te liggen, 10 uur in het weekend. Voeding. Bakken kwark, kilo’s fruit, vele pakken chocomel en 2 maanden (bijna geheel) alcoholvrij. Spontane uitstapjes. Even niet. Sociale contacten buiten de loopgroep. Laag pitje. Andere prioriteiten. Uitgesteld. De reden? 30 seconden tijdwinst zien te boeken over een race van 42,195 kilometer.

30 tellen dus. 30 tellen eraf op een tijd van 2 uur, 40 minuten en 29 seconden. Best een flinke investering en een hoop gedoe dus in de ogen van velen. Compleet doorgeslagen in ogen van anderen. Ik geef ze geen ongelijk. Maar die 30 tellen eraf lopen was het enige wat er toe deed alle afgelopen weken en wat het doel was, afgelopen zondag tijdens de Marathon van Amsterdam. Mijn tweede marathon in de hoofdstad, mijn vierde marathon in totaal.

Genieten van voorbereiding op een marathon doe ik eigenlijk altijd. Geen duurloop is voor mij te lang, je merkt dat de vorm beter en beter wordt en met zo’n mooie zomer is het echt een feest om zoveel buiten te kunnen zijn.  Maar in tegenstelling tot mijn voorgaande marathons was dit er eentje waarbij ik samen kon en mocht trainen met een groep van maar liefst 18 andere atleten (allen met een richttijd onder de 3 uur). Een enkeling liep Berlijn, of loopt New York, maar met de rest stonden we aan de start in Amsterdam. Echt uniek om hier samen naar toe leven en het maakt de voorbereiding nóg zoveel leuker, mooier!

Wat ook helpt is dat alles weer ging, zoals je wilt dat het gaat. Een 30 kilometer wedstrijd begin september (30 van Amsterdam Noord) redelijk makkelijk kunnen aanhaken bij een groepje wat lange tijd op een marathon eindtijd loopt van 2 uur 35 minuten. Een Damloop op 75% lopen (maar wel met een PR finishen). Tijdens de leukste halve marathon van Nederland (Singelloop Breda) het gevoel hebben dat je constant op de rem moet trappen, omdat je,  om te sparen, niet harder wilt lopen dan het beoogde marathon tempo. Eindeloze blokken bosbaan wegstampen in tempo’s die net even iets te hard gaan. Meerdere keren de 35 km aangetikt voorafgaand en zelfs twee keer vrijwel al een hele marathon voltooid. De enige twijfel: komt die piek niet veel te vroeg nu alles zo makkelijk gaat? Zingt Andre Hazes ons straks in het stadion niet zoiets toe als Bloed, Zweet en Tranen? Invulling aan twee van deze drie woorden heb ik nog steeds niet ervaren. Ff wachten nog bitte sehr met die absolute topvorm! De 21e pas graag. Nog 3 weken, nog 10 dagen, een weekje, 2 dagen…

En we zijn er! Perfect weer, 12 graden, nauwelijks wind, klein zonnetje. Na twee jaar wederom aan de start in het mooie Olympische Stadion. Destijds voor de eerste keer op het veld, maar inmiddels vaste bezoeker tijdens de Phanos trainingen op de maandag- en woensdagavonden.  Zo mooi ook nu dat we hier nu staan met de hele groep. Iedereen blij, gespannen, fit, lachend, vol energie, trots, op elkaar ook. We gaan het doen vandaag. Alleen wij zelf zullen de stappen moeten zetten, maar meer dan ooit voelt deze marathon als een teamprestatie.

De eerste kilometers voelen, zoals het hoort. Makkelijk. Natuurlijk loop ik iets te snel. Vondelpark doorknallen en dan proberen ritme te pakken en een groepje zien te vinden. Maar ondanks de 12.000 lopers lijkt er vandaag niemand te hebben besloten om ook maar enigszins hetzelfde tempo te lopen. Heel af en toe haakt er iemand aan, plakt er iemand in de rug, maar verder ga ik het dus alleen doen vandaag. Dat wil zeggen: op het parcours. Want naast de lijn, zijn er wel hulptroepen ingeschakeld.

Mijn trouwste supporter L. fietst vandaag de hele stad door. Ontspannen een wedstrijdje kijken hoort daar niet bij. Met een neurotenschema waarin per minuut staat aangeven waar ze verwacht wordt en wat er aangereikt dient te worden, heeft zij een mogelijk nog grotere uitdaging vandaag. En als ik op het 32 kilometerpunt een cafeïne gelletje laat vallen, die ‘essentieel’ is volgens het schema wat zij heeft meegekregen, is er geen twijfel. Stilstaan of teruglopen doe ik niet, dus wat ze doet is gelletje oprapen, sprinten en taak alsnog volbrengen:  #trots, #nummer1supporter , #marathonsloopjenietalleen.

Dat gelletje was nodig ook. Ik had onderweg  besloten om het iets te harde tempo wat ik liep, gewoon maar door te lopen. Iedere kilometer net even een paar seconden te snel, maar het voelt lekker en dus neem ik de gok. Ik vertrouw erop dat ik dat tot 30 kilometer in ieder geval moet kunnen volhouden en hoop het verval zo lang mogelijk uit te stellen. Halverwege geeft de klok net iets minder dan 1 uur en 18 minuten aan. Te snel weet ik. Een buffer opbouwen dan maar. De Amstel aan de linkerhand. Klein windje in de rug. De stroom met lopers aan de overkant die straks pas dit punt zullen passeren. Bootjes met Hollandse Smartlappen uit de speakers. Genieten. Nog even. Zo blijkt.

Want net voor het ‘gelletjes incident’, merk ik dat het kilometer tempo terugloopt. De benen lopen vol. Dat worden nog 12 lange kilometers zo vrees ik. Langzaam begint het aan te voelen alsof alle snelheid verdwijnt. Het zal toch niet?

In mijn hoofd begin ik te rekenen. Nog 10 kilometer te gaan. Ik heb een buffer. Het doel was 30 seconden van het PR af.  Uit zien te komen onder de 2 uur en 40 minuten. Ok, heel eerlijk: de afgelopen maand was dat doel bijgesteld omdat alles zo makkelijk leek te gaan. 2 uur en 38 minuten: dat zou het moeten worden.  Als ik nu kilometers ga lopen van 4 minuten, dan is 2 uur 38 minuten nog net haalbaar. Iedere kilometer die nu nog volgt, mag ik er dik 15 seconden langer over doen dan alle voorgaande kilometers. Kan ik dat nog opbrengen?

Aftellen. 9 kilometer te gaan. Weer een kilometer onder de 4 minuten gelopen. 8 kilometer te gaan; 3 minuten en 50 seconden. Voldoende. Het voelt zwaarder en zwaarder, maar het tempo klapt niet helemaal in. Nog 3 kilometer te gaan. De langste kilometers. Vondelpark bereikt. Dan weet ik het. Het voelt verre van makkelijk meer, maar ik ga niet meer instorten. Mijn benen doen pijn, maar de rest voelt goed. Dit gaat lukken. De drukte neemt toe naarmate de poorten van het stadion dichterbij komen. Ik hoor de speaker. Zie nu ook hoe vol het zit. 200 meter op de baan nog. Yes! Armen moeten de lucht in. Yes! De opgebouwde buffer bleek voldoende. 2 uur 37 minuten en 20 seconden. De 30 tellen die eraf moesten 3,5 maand geleden, werden 3 minuten. Bam!

Net over de streep een vette high five met de snelste loper uit onze Phanos groep. Oogcontact met trouwste supporter L. op de tribune. De grote grijns op mijn gezicht verschijnt. Ontlading in de buurtkroeg achteraf met de hele groep die finisht binnen de drie uur. Blij, voldaan, lachend en trots. Op mezelf, op elkaar. Wat een dag. WE did it!Marathon Amsterdam

Berenloop 2017: allesovertreffend!

Berenloop Marathon 2017

Zondag 5 november 2017. Die dag stond al een jaar in mijn agenda.  Want na een bezoekje aan Terschelling, tijdens het Berenloop-weekend in 2016, was ik vrij snel overtuigd. Hier wil ik mijn derde marathon gaan lopen. Volgend jaar!

En dus is zondag 5 november de dag van het GROTE doel in 2017. Op hardloopgebied dan 😉 De voorbereiding is vrijwel perfect verlopen. De vele kilometers iedere week voelden zo gemakkelijk aan. In (test)wedstrijdjes verbaasde ik mezelf over het grote gemak waarop ik het tempo kon blijven lopen. Ik pikte zelfs nog een PR op de halve marathon mee. Na de laatste 36 km-run stap ik mijn huis binnen met het gevoel een rustig herstelloopje te hebben gedaan. Heel even vraag ik mezelf af of het allemaal niet iets té makkelijk gaat. Heb ik niet te vroeg gepiekt? Maar het vertrouwen overheerst. Zenuwen blijven zelfs weg tot het moment dat ik wakker word op racedag. Die 42 kilometers vandaag worden een makkie. Kan niet anders.

Een andere reden dat er weinig zenuwen zijn, is dat het enige doel vandaag simpelweg alleen genieten is. Waar ik vorig jaar in de Amsterdam Marathon als doel had om onder de 2.40 te duiken (net niet gelukt), is de benadering van deze race totaal anders. De eindtijd hier is onbelangrijk. Een PR lopen met zo’n zwaar parcours en zoveel wind, is toch niet haalbaar. En als je 42 kilometer loopt in zo’n mooi stukje Nederland, dan kun je beter ook maar goed om je heen kijken. Een blik op de einduitslagen van afgelopen edities, geeft aan dat ik met een tijd onder de 3 uur toch zeker een top 10-plek moet kunnen lopen. Daarmee zou ik zeker tevreden zijn…

“Maar jij hebt echt wel een scherpere tijd dan 3 uur in gedachten Rickie”, aldus mijn trouwste supporter L. , de avond voorafgaand. En ja, natuurlijk klopt dat. De winnende eindtijd van vorig jaar was 2.48. Weeromstandigheden zien er niet zo heel slecht uit en na nog een laatste parcoursverkenning op de zaterdag, schat ik in dat die tijd toch wel te doen moet zijn. Dat het zeker niet genoeg zal zijn voor de winst dit jaar, weet ik ook. Op de starlijst die ik weken eerder al eens had bekeken, staan genoeg oud-winnaars en regionale helden met een veel scherper PR. Dus ok: mijn echte doel van vandaag, naast heel veel genieten: finishen rond 2.48, in de top 5.

Al blijft het natuurlijk wel een marathon. Er kan op ieder moment van de race iets misgaan. Net voordat de misthoorn klinkt (startsein), zijn daar dus toch de zenuwen. Maar oh, wat heb ik er weer zin in!

We zijn los! In de eerste bocht een laatste groet aan de zeven trouwe supporters die zijn meegekomen en het eiland zullen afracen op de fiets om gelletjes, bidons en de hardnodige support te gaan geven. Een marathon loop je niet alleen.

Het is al snel duidelijk. De nummer 1 en 2 lopen op een flink tempo en gaan we niet meer zien vandaag. De gedoodverfde winnaar, die ik op de startlijst heb zien staan, blijkt echter niet gestart te zijn. Het is nog ver, heel ver, maar na zo’n 8 kilometer loop ik nog steeds op een 4e positie. De nummer 3 loopt al die tijd al op 300 meter voor mij. Helemaal goed dus. We hebben wind mee tijdens de ‘heenweg’. Dat is ook de verklaring waarom het zo makkelijk aan voelt, roep ik de meefietsende supporterts L. en B. toe.

Vrijwel het hele parcours is mee te fietsen tijdens de Berenloop. Ideaal voor de verzorging onderweg, maar vooral ook gewoon heel erg leuk.

Net nadat ik voor de eerste keer de andere vijf trouwe supporters passeer, met een heus spandoek!, lijkt de nummer 3 langzaam terug te vallen. Na 10 kilometer kan ik zelfs aanhaken. Het tempo ligt wel wat hoger dan ik vooraf had gepland, maar ik loop ook op een 4e plaats! En als er enkele kilometers later nóg een loper aansluit, besluit ik de gok gewoon te nemen. We zien wel hoe het gaat. Het tweede deel kan ik altijd nog afzakken.

Deze groep van drie blijft lang in tact tijdens de race. De derde loper die aansluit bij de groep, lijkt de sterkste. Kilometers lang loopt hij op kop. Ik kan alleen maar aanhaken. Meer niet. Wel geniet ik. Wat een mooie loop. We hebben de polderlandschappen voor Formerum al even achter ons en zijn de dorpjes Lies en Oosterend gepasseerd. Richting Boschplaat nu. Het meest afgelegen, groenste en mooiste gedeelte van de loop. Niks vlak, maar alleen glooiende paden. Schitterende uitzichten. De hagelbui die we er hier gratis bijkrijgen, maakt het compleet. Dat hoort bij een late najaarsmarathon. Op een eiland.

Dan klokt rondom kilometerpunt 20, mijn horloge een kilometer van 3.34. Nog steeds kan ik het tempo aan, maar met nog 22 kilometer te gaan, is dit echt te hard. Volle bak tegenwind hier, maar beter nu maar eigen tempo lopen dan straks helemaal instorten. Langzaam lopen de andere twee jongens dus weg.

Ik kijk voor de eerste keer in de race achterom. Leeg. Nog steeds op een vijfde plaats. Dat zou toch een hele mooie uitslag zijn? Op 25 kilometer passeer ik voor de zoveelste keer mijn eigen spandoek. Wat is het mooi dat ik dit met zoveel mensen kan delen. Dit geeft onbewust blijkbaar ook een extra boost, want ik meld mij weer bij de andere twee lopers. Niet als laatste in het treintje, maar op kop!

De hagel is verdwenen, de wind lijkt toe te nemen. Het zwaarste deel van de route begint nu. 32 kilometerpunt. Midsland aan Zee. Duin over, strand op. Op dit punt zat ik een jaar eerder aan een uitgebreide lunch toen ik de koplopers voorbij zag komen. Dit jaar heb ik op exact hetzelfde punt wederom de koplopers in beeld. Wow! We zitten er dus helemaal niet zover vandaan.

Dit gaat een jacht worden dus. De eerder als sterkst ingeschatte loper laat een gaatje vallen op het stuk strand en dus zetten we met zijn tweeën de jacht in op nummer 2! “Daar loopt Willem”, zegt mijn nieuwe beste loopmaat. Willem heeft nog zeker een kilometer voorsprong, maar we hebben hem nu voor het eerst in het vizier. Iedere 100 meter wisselen we elkaar af van kop. Het helpt nauwelijks tegen de wind, maar door deze goede samenwerking, lijkt er een bijzonder soort van vertrouwen te ontstaan. Samen kunnen we richting plaats 2 lopen. Plaats 2!

De kilometers over het strand zijn pittig, gaan een stuk langzamer dan alle voorgaande kilometers, maar gek genoeg voel ik mijn kracht toenemen. In het mulle zand klauteren we de duin weer op rond kilometerpunt 36. Vaste supporter en coach van de dag B. staat ons, samen met de coach van mijn nieuwe beste loopmaat, al op te wachten na de strandafgang. Zij zullen ons over de laatste schelpenpaden, richting West, begeleiden op de fiets. Ook zij realiseren zich nu dat plaats 2 en 3 op ons liggen te wachten als we dit tempo blijven volhouden en samen blijven werken.

“Er op en erover”, schreeuwen de beide coaches. Net voor het 40 kilometerpunt pakken we hem. BAM, daar is de podiumplaats! Want we slaan direct een gat. Vermoeidheid ga ik nu echt niet meer voelen. Ik zit vol adrenaline. Dit had ik echt niet verwacht. De 41e kilometer is onze snelste kilometer van de race. Tot dan toe. Maar uiteindelijk moet er iemand 2 en iemand 3 gaan worden. Met de Brandaris in het zicht en de drukte van mensen aan de kant die toeneemt naarmate we dichterbij de streep komen, zet ik nog één keer aan. Achterom kijken doe ik niet meer, maar ik voel dat ik meters pak, 10, 20, 50…Pas op het laatste rechte stuk, op de rode loper, Brandaris vol in beeld, kijk ik wel even om. Ik heb hem. Handen gaan de lucht in. Ik zie mijn ouders en supporter L.  net voor de finish aan de kant staan, blij. Nummer 2!

Pas in de allerlaatste meters, zie ik ook de klok. Wat!!? 2 uur 40 minuten en 29 seconden. Honderd keer heb ik tijdens de race op mijn klok gekeken, maar geen moment heb ik mij gerealiseerd dat ik hier gewoon ook nog een PR ging lopen. Wat een dag, wat een mooie loop. En wat is het weer bijzonder dat ik dit heb mogen delen met zo veel lieve supporters om mij heen. Allesovertreffend.
BLOG multiple pics.fw -B.fw


Foto’s: Ben van Vliet, Janke van der Schaaf

Road to Terschelling (4)

Op weg naar de Berenloop Marathon (deel 4)

(vervolg van deel 3)

De dag van het GROTE DOEL komt nu wel heel dichtbij. Over een week klinkt de misthoorn op Terschelling, wat het startsein is voor mijn derde marathon. Alle tijd nu voor wat wel eens een bovengemiddeld positief blogje kan worden!

Als leesvoer was het ongetwijfeld een stuk spannender geweest als er wat diepe downs te betreuren waren. Maar wat is mijn voorbereiding lekker en wat lopen de trainingen goed. Waar de eerste 25 kilometerrun drie maanden geleden, net als bij de eerdere voorbereidingen, veel te lang en vermoeiend aanvoelde, loop ik de wekelijkse 30 km+ runs nu zo enorm makkelijk. Met gemiddeld zo’n 115 kilometer per week, blijft ook het tempo in de intervaltrainingen nog op peil. Tijdens de generale repetitie van 36 kilometer, twee weken geleden, moest ik mezelf afremmen. Dan zit het met de vorm nog steeds goed dus.

Dat is ook hetgeen wat de marathon voor mij zo mooi maakt. Natuurlijk, het gaat uiteindelijk om de dag van de race zelf, dan is het hopen dat alles samenvalt. Maar in de voorbereiding, geniet ik er juist ook zo van dat je zo makkelijk, zoveel kilometers kunt maken. Je lijf iedere week sterker voelt worden en je de vorm echt voelt toenemen.

Met een redelijk volle bak vertrouwen ga ik dus de Wadden op. Want naast de trainingen, heb ik er deze keer voor gekozen om iets vaker, iets dieper te gaan tijdens enkele wedstrijdjes. En ook hier geen enkele tegenslag te betreuren… (saai!). Sterker nog: ik heb nog een dikke halve minuut van mijn PR op de halve marathon kunnen afhalen in ‘de road to’. In de overige wedstrijden ben ik zeker niet voluit gegaan en verliep iedere race boven verwachting goed.

De kilometers zitten erop. Gedaan wat ik wilde doen. De komende week is het taper time. Nog even fris en fit in de marathoncocon proberen te blijven, een paar goede nachten pakken en de drang zien te weerstaan om de hardloopschoenen uit kast te pakken (uitdaging!). Aftellen, aftellen, aftellen. Vrijdag de boot op, twee dagen ‘acclimatiseren’ op het eiland, een raceplan bespreken met de trouwe, meereizende supporters en dan knallen. Het doel? Fris finishen, genieten en enigszins voorin mee zien te strijden. Een eerste plaats zoals tijdens de Kleine Berenloop (10 km) vorig jaar zal het zeker niet worden. Maar de top 10 zou heel leuk zijn. De eindtijd is niet zo belangrijk deze keer en zal hoofdzakelijk afhangen van de weersomstandigheden. Maar onder de drie uur wil ik zeker binnen lopen. Over iets meer dan een week, weten we meer!

Foto boven: Trailrunning Events

 

Road to Terschelling (2)

Op weg naar de Berenloop Marathon (deel 2)

(vervolg van deel 1)

De eerste 5 weken marathonvoorbereiding zitten er op. Met loopjes in 3 landen,  op 7 verschillende plekken, 2 wedstrijdjes, de eerste 110 km+ week en variërend terrein van bergtop tot kuststrook, in ieder geval een afwisselende en geslaagde start!

Omdat ik net verhuisd ben van het mooie Zuiden naar onze (ook zo mooie) hoofdstad, ben ik op dit moment nog even clubloos. En dus ook trainerloos. Op basis van mijn eerdere marathonvoorbereidingen, ben ik dus zelf gaan puzzelen en heb ik een schema gemaakt. Ik ben verre van een expert op dit gebied, maar de twee marathons die ik heb gelopen ben ik goed doorgekomen. Waarom zou je dus niet kiezen voor een zelfde soort voorbereiding?

Het schema lag al een aantal weken klaar (#eeuwigenaltijdgestructureerd #loopautist #eengoedevoorbereidingisaltijdhethalvewerk). En ik had ook gewoon zin om weer ergens concreet naar toe te trainen.

Omdat ik graag weer deel wilde nemen aan de 27 km lange Trail des Fantômes in La Roche-en-Ardenne, ben ik al wat vroeg begonnen met het maken van wat extra kilometers. Het kost wat pijntjes en levert wat spierpijn op. Maar mentaal gezien vallen de nog komende heuvelltrainingen, compleet in het niet bij deze trailrun. Vette winst dus.

Geen lastige heuveltrainingen meer dus! Dat dacht ik althans… tot ik in Sardinië zat. Super mooi eiland, maar veel lange vlakke wegen vind je er niet. En omdat lopen in het buitenland nu eenmaal een must is, toch maar de schoenen aangetrokken in het bergdorp (Dorgali) waar de eerste dagen vakantie werden doorgebracht. En met een temperatuur die iedere dag oploopt tot 35 graden, betekent het dus ook dat uitslapen er niet inzit. Wekkertje zetten om 6.15 uur. Auw. Maar dat ben je gelukkig heel snel vergeten als je de zon ziet opkomen, 10 verschillende tinten oranje-geel ontdekt in de lucht, uitkijkend over de vallei en het ruige Supramonte gebergte op de achtergrond.

Een week na terugkomst uit Sardinië stond er wederom een wedstrijdje op de planning. In Noordwijk aan Zee werd voor de eerste keer een trailrun door het ‘Hollands Duin’ gebied georganiseerd. Mul zand, bospaadjes, hoogteverschillen: zeer vergelijkbaar dus met dé wedstrijd in november. Met al 80 kilometer in de benen die week, was de 20km trail door de duinen en over het strand, met name bedoeld als een luxe training. Een echte wedstrijd kon je het eigenlijk niet noemen, maar mooi was het zeker.

Tot nu toe gaat alles dus lekker. Geen pijntjes, geen spierpijn, volop energie. Houden zo. Op naar twee Amsterdamse zondagen! De 30 van Noord en de Dam-tot-Dam loop.
Hollandse Duin Trail 2017 - blog
Foto: Boswachter Mark (Staatsbosbeheer) 

Road to Terschelling (1)

Op weg naar de Berenloop Marathon (deel 1)

Als alles goed gaat en heel blijft, dan loop ik op zondag 5 november 2017 mijn derde marathon. Locatie? Terschelling!

Afgelopen jaar mocht ik voor de eerste keer mee met het jaarlijkse uitje van de nieuwe schoonfam. Al jaren verblijven zij in het weekend van de Berenloop op Terschelling. Soms om zelf mee te lopen (de schoonpaps), maar meer nog om aan te moedigen en sfeer te proeven (de schoonpaps en –mams). Groot liefhebbers van het eiland en groot liefhebbers van de sport.

Nu ik er dan toch bij ben, dan ook maar meteen deelnemen aan de wedstrijd. Met nog een verse marathon in de benen van drie weken geleden, leek de 10km (Kleintje Berenloop) mij meer dan voldoende. Daarbij zouden het ook vrijwel weer de eerste meters worden die ik zou maken op de loopschoentjes. Samen met de schoonpaps gestart en enigszins verbaasd liep ik 36 minuten later als eerste over de finishlijn. Heerlijk ontspannen gelopen en vooral genoten van het mooie rondje.

Maar het echte enthousiasme voor dit evenement komt pas de volgende dag. Op de zondag staan de goed bezette en drukbezochte halve- én hele marathon op het programma. Met de fiets volgen we een groot deel van de wedstrijd en zien we de deelnemers bikkelen. Een pittige wedstrijd. Wind, hoogteverschillen en een deel over het strand. De beelden van mijn eigen kustmarathon een jaar eerder, schieten logischerwijs dus regelmatig voorbij. Wat een mooie uitzichten, wat een mooie plaatjes, wat een mooie wedstrijd.

Met lichte schemering zien we de afgepeigerde deelnemers de laatste meters afleggen in de bomvolle Torenstraat. Wat een mooie sfeer, wat een mooi evenement, wat een mooie nieuwe uitdaging?

Stilletjes fiets ik, met de mede-supporters, terug naar ons huisje, vlak achter de finishstraat. Mijn gedachten zijn dan al heel stiekem bij volgend jaar…

Berenloop 2016

42.195 kilometer in de hoofdstad (2)

Marathon Amsterdam (2)

(vervolg van deel 1)

En we zijn weg. Hier loop ik. Ik ben mezelf heel erg bewust van waar ik mee bezig ben. Wat dat betreft vind ik de marathon echt iets speciaals. Bij alle andere (kortere) afstanden die ik loop, ben ik maar bezig met één ding: z.s.m. finishen. Maar vandaag dus niet. Net als in mijn eerste marathon, een jaar geleden, lijkt het wel of ik meer geniet van die 42.195 km wedstrijden. De zon schijnt, heel veel mensen langs de route en de eerste kilometers voelen heerlijk.

Met een klein groepje passeer ik het 10 kilometerpunt. Churchillaan. Als het goed is, krijg ik hier de eerste bidon aangereikt van mijn trouwste supporter J. Ik zie haar al staan vanaf een flinke afstand. Ook dit is wat ik zo mooi vind aan de marathon. Alles is vooraf voorbereid. Essentieel. Samen met je supporters neem je jouw plan door. Je weet waar ze staan langs de route. Je leeft echt toe naar deze punten van verzorging en aanmoediging op maat.

Richting Amstel nu; het mooiste deel van de route. Hier verwacht ik veel bekenden. Ik passeer ze één voor één. Ouders, schoonouders, vriendin…en als verrassing staan er ook nog twee Bredase loopmaatjes. Tof! Al die mensen, hier voor mij. Dat geeft zo’n kick. Een vorm van trots blaast mij vooruit.

Ik haak aan bij een wat oudere loper. Sterk en ervaren. Dat zie ik meteen. Hij loopt eigenlijk een paar seconden per kilometer harder dan ik had gepland, maar ik neem de gok. Zijn trainer fietst ernaast en moedigt aan. Het gaat zo makkelijk, maar ik weet ook dat het nog ver is… Met zijn tweeën kijken we naar de overkant van de Amstel. De Kenianen vliegen daar voorbij. Zij zijn de 21.1 al gepasseerd.

Onze doorkomsttijd op de halve is goed. Een maand of tien geleden had ik mijzelf als doel gesteld onder de 2 uur 40 te lopen. Maar dan wel in Rotterdam (april dus!). In maart schoot het echter enorm in de rug waardoor ik weken uit de roulatie was. Letterlijk aan de bank gekluisterd. Tijdens het passeren van de klok halverwege, denk ik hieraan. De voorbereiding verliep, na de blessure, op zich redelijk goed, maar ik voelde me nog steeds minder sterk dan een jaar geleden toen ik de Kustmarathon liep. Ik moet nu tevreden zijn met een tijd onder de 2.43. Maar de klok geeft nu 1.19 aan. En ik voel me nog superfit. Zou het dan toch…?

Einde Amstel. Bidonnetje aanpakken, zwaaien naar de supporters die de brug naar de overkant hebben gepakt. Nu komt het saaiste stuk eraan. Kilometer 27,28,29…

30, 31… dit is waar ik voor het eerst echt ‘iets’ ga voelen. De beentjes worden zwaarder. Zeker een kilo of 5. Per stuk. Rond de 33 kilometer wederom een paar fijne vriendjes die ik ergens langs de route wel had verwacht. Ze komen nu echter precies op het juiste moment. Dit was ff nodig.

Kilometer 36. Het is klaar. Mijn benen staken. Per stuk nu 15 kilo zwaarder. De flow waarin ik zo lang heb kunnen lopen heeft er blijkbaar genoeg van. De rest doe je zelf maar. Zoiets. Mijn klokje wat mij iedere 500 meter voorziet van het gelopen tempo, bevestigt deze realiteit. Het gaat nu echt langzamer… Ik heb nog wat speling om alsnog onder de 2.40 uur te kunnen duiken, maar ik weet nu dat dit te moeilijk gaat worden. Ik heb nu nog maar één doel; Vondelpark. Ik weet dat ik hier nog een laatste aanmoediging ga krijgen en dan ben je er bijna.

Tot 39 kilometer kom ik voor mijn gevoel niet meer vooruit. De ‘500-meters’ lopen op. Zo jammer dat een marathon net 5 kilometer te lang is. Maar ik haal het Vondelpark. De support doet me goed. Ik kan zelfs nog lachen voor een foto. In een groepsapp lees ik later terug dat ik er nog heel fris uit zag. De foto’s zelf bewijzen toch echt het tegendeel…Maar ik ben er wel bijna. En iedereen om me heen ‘staat stil’. Het ligt dus niet aan mij. De sub 2.40 heb ik, gek genoeg, binnen enkele kilometers losgelaten. Ik ga finishen. Een half jaar geleden kon ik de drempel van mijn huis niet eens over zonder houvast. Vandaag loop ik hier. Tot 35 kilometer een superrace. Die laatste kilometers zij dan maar zo.

De laatste bocht door. Kilometerbordje 41. De lach is terug op mijn gezicht. Made it! De laatste meters. Druk aan de kant hier. Heerlijk. Het stadion doemt op! Daar gaan we… poort door. Wow! Volle tribunes. Muziek. Ik vlieg zelfs weer even. En zie de klok…2 uur 40 minuten en 37 seconden, 38, 39, 40. Toch een finish die heel dicht bij mijn droomtijd komt. De laatste kilometers heb ik mijn horloge niet meer aan willen kijken, dus ik ben oprecht nog verbaasd. En blij. En een beetje trots ook wel. 2 uur 40 minuten en 49 seconden. Stop de tijd.

Speurend kijk ik naar de volle tribunes. Ik spot mijn ouders en mijn vriendin. Alles klopte vandaag. Het weer. De vorm. De benen. Mijn eindtijd. Maar eigenlijk boven alles (en dat besef ik als ik oogcontact maak) dat ik dit kan doen en dat ik dit mocht doen met zo veel fijne mensen om mij heen.

42.195 kilometer in de hoofdstad (1)

Marathon Amsterdam

Zondag 16 oktober 2016. Goed geslapen. Beter dan verwacht. De wekker geeft 06:30 aan, dus ik mag mijn bed uit. Eindelijk; vandaag is dé dag. Mijn dag! Beginnen maar met een flink ontbijt. De laatste koolhydraten naar binnen zien te krijgen.

Hoe is het weer? De voorspellingen zijn goed. Ideaal zelfs, zo wordt verwacht. Nog even douchen om wakker te worden en de spieren wat te ontspannen. Singlet aan, korte broek, sokken, schoenen en trainingspak. Check. De tas met overige spulletjes gisterenavond al gepakt natuurlijk. Nou ja… eigenlijk stond de tas al een weekje klaar. Aan de voorbereiding ligt het niet.

Ik ben ready to go! Bus in en overstappen op de tram bij Amsterdam Centraal. Tram 16 richting VU; helemaal volgepakt met hardlopers. Spaans, Engels, Duits, Portugees, ik hoor het allemaal om me heen. Verhalen over marathons in Barcelona, Tokyo, Delhi… mooi. Hoe dichter we bij het Olympisch stadion komen, hoe meer hardlopers er uit alle straten opduiken. Bij de laatste halte voegen de trammers zich bij de lopers. Een kleine kilometer lopen we samen nog naar het stadion. Zie ik daar een eerste zonnetje?

Er is nog tijd voor een dubbele espresso in een koffiebarretje tegenover het stadion. Er staan straks 12.000 lopers aan de startlijn, hemelsbreed 300 meter verderop, maar in het barretje is het opvallend rustig. Ideaal. Omkleden maar, startnummer opspelden en dan richting het afgiftepunt om de tas af te geven.

Inlopen, de eerste meters op het parcours. Volgens mij zie ik Wilson Chebet lopen. Chebet! Verderop word ik ingehaald door Choukoud. Ik realiseer me weer eens dat je je in geen enkele sport zo dicht tussen de absolute top kan en mag bevinden voorafgaand aan een wedstrijd.

Nog 15 minuten tot de start, dus de hoogste tijd om het stadion in te lopen. Wow! Het zit behoorlijk vol. De muziek speelt hard, de startvakken lopen vol. Ik spot eindelijk mijn vriendin op de tribune. Ook zij is zenuwachtig. Veel familie en vrienden zie ik straks nog langs de route. Allemaal hier voor mij. Voor mijn dag. Eén grote glimlach verschijnt op mijn gezicht. Er lopen rillingen over mijn lijf. Dit is waar ik al die maanden voor heb getraind, veel voor heb opgeofferd, een half jaar lang over heb nagedacht, gedroomd. Weer blessurevrij. En dat alles schiet nu door mijn hoofd, zo blij dat ik hier sta. Fit, goed in vorm, familie en vrienden om mij aan te moedigen en omgeven door 12.000 andere lopers. Hartslag 120, de zenuwen zijn definitief gearriveerd. Nog 10 seconden, 9,8… >>>

 

Mijn kustmarathon (2)

(vervolg van deel 1)

Door de pittige duurloopjes van 25 tot 30 kilometer die ik vrijwel wekelijks heb gelopen (soms zelfs twee keer per week), voelen de eerste 10 kilometers zo ontzettend makkelijk. We lopen met een man of zes in een groepje. Er wordt nog best wat gepraat door deze mannen onderweg, waardoor ik kan opmaken dat een deel van hen al jaren meedoet. Lijkt mij dus prima om van hun ervaring gebruik te maken en in hun tempo mee te lopen. Ik ga er lekker tussenin lopen. Ontspannen.

Bij het doorkruisen van de Oosterscheldekering worden we (op de naastgelegen rijbaan) gepasseerd door een hard toeterende auto waaruit mijn naam luid wordt geschreeuwd. Supporter L. met maatje J. moedigen aan alsof hun leven ervan af hangt. Enkele kilometers later is de auto geparkeerd en staan ze klaar met de eerste bidon en het eerste gelletje. So far, so good. So far, very good!

Kustmarathon Zeeland - refresher

De eerste 20 kilometers vliegen echt voorbij. Het voelt nog steeds zo comfortabel. Naast de vele bekenden langs de route, heb ik net ook voor de eerste keer kunnen zwaaien naar mijn ouders. Net voordat ik het strand opduik, pak ik van hen een tweede bidonnetje aan. De ‘makkelijke’ kilometers zitten er op nu. Het voelt echter goed en ik besluit om het groepje achter me te laten en een iets harder tempo te gaan lopen.

Waar het publiek tot twintig kilometer massaal aanwezig is, is dat op het strand niet het geval. Maar het gevoel is heerlijk. Ik loop alleen en alleen in de verte zie ik een andere deelnemer lopen. Ik kom dichter en dichterbij en heb door dat ‘de andere deelnemer’ een loper is van mijn eigen club in Breda. Een loper die echter PR’s heeft staan die voor mij verre van haalbaar zijn. En ook al weet ik dat het voor hem geen wedstrijd is waarop de focus ligt, geeft het toch een ontzettende boost als ik hem passeer en achter me laat.

Net voordat ik het strand weer afdraai, staat moeders klaar met het geplande gelletje en een nieuwe bidon. Drinken gaat goed, is nodig ook, want de zon schijnt fel. Strand af, trap over, duinen in. 27,5 kilometer gehad. Nog 15 te gaan. Het zwaarste deel van de route, waar ik een paar keer heb kunnen trainen, begint nu. Maar so far, nog steeds very, very good!

In de duinen gaat mijn tijd per gelopen kilometer voor het eerst echt achteruit. Maar ik loop nog steeds redelijk makkelijk. Op naar het hoogste punt van de route; de ‘Hoge Hill’ in Domburg. Deze duin ligt op 31 kilometer van het parcours, dus op meerdere fronten is dit een belangrijk punt. Daarnaast ga ik hier ook de laatste keer vriendje J. en supporter L. zien. Zij moeten vanaf dit punt richting finish rijden om op tijd te kunnen zijn. De aanmoediging die ik krijg, geeft iedere keer weer zo veel energie! Ik ben zo blij dat iedereen hier vandaag is voor mij.

Na 36 kilometer kijk ik pas voor de eerste keer bewust naar mijn horloge om iets van een eindtijd te gaan schatten. En ja, er komen alleen nog maar lastige kilometers en de man met de hamer zou hier ook nog wel ergens aan de kant moeten staan, maar ik ga nog steeds goed. Heel goed. Ik bedenk me voor het eerst dat die sub 3.00 uur toch wel zou moeten lukken.  Ergens tussen 30 en 35 heeft het best wel even iets zwaarder gevoeld, maar nu voel ik me eigenlijk wel weer ok. Ik ben er bijna.

Bijna! 41 kilometer. Trap af, laatste stukje strand, afremmen om de pijlers door te gaan, duin naar boven. Trap op. Kippenvel over mijn hele lijf. Ik loop de dijk over, de laatste meters en zie daar links beneden van mij de finish al liggen. Het vele publiek. Ik hoor de speaker. Ik weet dat mijn familie daar staat. Ouders, zus, tante, nichtje, vriendjes, supporter L. Ik voel me sterker en energieker dan ooit.

Met mijn blauw-witte vlaggetje, loop ik de finish over. 12e plek, 2.53.48. Deze (perfecte) dag, ga ik niet snel vergeten.

Mijn kustmarathon (1)

Als een kind zo blij ren ik de straat door. Daar… daar aan het eind ligt de berg met zand. Het voor mij oh zo bekende plaatje wat ik al vele jaren ken van de beelden op de lokale tv-omroep. Als ik daar straks bovenop sta, dan heb ik het gedaan! Ik zwaai als een dolle met mijn zojuist vergaarde vlaggetje. Aangereikt door een klein jongetje in het publiek. Een vlaggetje met de blauw-witte kleuren uit de Zeeuwse vlag. Met een enorme lach, die eigenlijk de hele middag al niet van mijn gezicht af is te krijgen (en ook de komende dagen nog wel even blijft plakken), loop ik de laatste meters. Na 42 kilometers en een beetje, hardlopend in een heerlijk, maar best wel warm najaarszonnetje, op en neer over de duinen, door het mulle zand, steile trappen op en af, voel ik mij op dit moment toch sterker en energieker dan ooit. De laatste meters…

Maar goed, misschien eerst maar even terug naar wat maandjes eerder.

Ik heb ongetwijfeld al deelgenomen aan zo’n honderd hardloopwedstrijdjes. Halve marathons, Zeven Heuvelen, Ten Miles en met name heel veel 10 km-wedstrijdjes. Inclusief heel doelgericht trainen en meer dan serieus ‘rekening houdend met’… zullen we maar zeggen (op dat gedeelte van mijn uit de hand gelopen hobby, kom ik vast nog wel eens terug). Al jaren train ik vijf tot zes keer in de week. Maar nooit nam ik deel aan de afstand der afstanden. De klassieke afstand. De marathon.

Het moet er dus maar eens van komen. Al is het maar om ook een klein beetje serieus genomen te worden door al die collega’s, familieleden, kennissen en alle anderen die het hardlopen niet als het meest belangrijke in de hele wereld beschouwen (bij wijze van dan he…). Zeer regelmatig krijg ik toch te maken met teleurstellende blikken als mij de vraag word gesteld wat mij zoal bezig houdt:… “Hardlopen? Goh leuk…loop je ook Marathons?”. Uuh, nee… En weg is de aandacht. Hoe serieus kun je daar dan immers mee bezig zijn. Niet iedereen lijkt te snappen dat je ook helemaal stuk kunt gaan in 10, of 5 kilometer. En dat je daar ook echt vrijwel iedere dag van de week heel hard voor kunt trainen om, voor jezelf althans, een acceptabele tijd neer te zetten.

Maar dat is natuurlijk niet de reden. Na in mei en juni een, voor mij, hele goede serie aan 10km-wedstrijden te hebben gelopen, heb ik gewoon zin in iets nieuws. Iets wat eigenlijk al jaren door mijn hoofd spookt, maar ik eigenlijk nooit aan durfde of zo: de marathon! En dan ook maar meteen de mooiste die je als geboren Zeeuw kunt lopen: de Kustmarathon Zeeland.

Na een ruime oriëntatie op diverse trainingsschema’s, overleg met trainer en diverse hardloopmaatjes die de marathon al wel hebben volbracht, knutsel ik zelf een schema in elkaar. Achteraf wellicht een tikkie te veel van het goede (vrijwel geen week onder de 100 km, uitschieters naar 130 km), maar het voelt goed! De lange duurlopen van twee uur en langer vind ik heerlijk. Een paar keer train ik alvast op het marathonparcours zelf. Pas dan realiseer ik me dat het toch wel echt zwaar gaat worden. Zoveel trappen, flinke klimmetjes in de duinen en dan ook nog een kleine 10 kilometer over het strand.

Op basis van uitslagen van voorgaande edities, spoor ik wat lopers op via uitslagen.nl. Ik probeer uit te zoeken welke lopers er vergelijkbare tijden lopen als ik op een 10 km of halve marathon, zodat ik een idee krijg wat voor tijd ik zelf hier in Zeeland op de marathon zou kunnen lopen. Ook al wil ik eigenlijk gewoon genieten deze eerste keer en is een goede tijd lopen hier echt het minst belangrijke, onmogelijk ook met dit parcours. Ik kan het natuurlijk toch niet laten om ergens in mijn hoofd een klein briefje te plakken met een streeftijd. Met potlood noteer ik; onder de drie uur, een top 20-klassering.

En dan kunnen we! Mogen we eindelijk! 3 oktober, 2015. Na drie maanden van lange, hele lange trainingsschema’s, heftig cocongedrag, nadenken en dromen over, mag ik het gaan afmaken vandaag. Mijn eerste marathon dus. In de thuisprovincie. De zwaarste van Nederland roept de organisatie zelf. Doet er niet toe. Voor mij is het in ieder geval de mooiste.

Gisteren al afgereisd naar Zeeland vanuit Breda. Waar slaap je immers beter dan in je oude slaapkamertje bij paps en mams? Tijd voor een ontbijtje. Yoghurt, banaantje, cruesli en wat boterhammen met jam. Ik doe nog een poging om de PZC (krant) te lezen, maar ik neem natuurlijk helemaal niks op. Ik zit met mijn hoofd al in Burgh, waar we straks gaan starten. Hoe lang is het nog?

Even douchen nog. Outfit aan. Startnummer alvast opspelden. Bidons vullen. Nog maar eens dubbelchecken met de supporters die mij gaan voorzien van gelletjes en drankjes onderweg. Check, check, vierdubbelcheck! En appjes met succeswensen lezen. Hoe tof is het dat iedereen zo mee leeft op zo’n dag.

Met een volle auto richting Burgh. Beter veel en veel te vroeg, dan precies op tijd is mijn motto. In een cafeetje is er nog ruim de tijd voor een shot cafeïne. Daarnaast is er vandaag een extra bijzondere supporter afgereisd uit de hoofdstad. Ergens tussen koffie 1 en koffie 2, stel ik L. voor (zo heet ze) aan mijn ouders als zijnde EEN vriendin die ik enkele weken geleden op Lowlands ben tegen gekomen… Mijn ouders weten dan genoeg natuurlijk.

Inlopen. Niet te veel doen, straks heb ik alle energie hard nodig. En, in tegenstelling tot een 10km, kan ik gewoon rustig starten, op gang komen. Hoe lang is het nog? 11.49 uur…

Elf minuten later sta ik ongeveer op de derde rij achter de startlijn. We mogen! Zonnetje, windkracht 3, rond de 15 graden. Iets te warm, maar dat betekent ook meer publiek aan de kant waarschijnlijk. Ik heb er zo ongelofelijk veel zin in! Hier geen Lee Towers en kanonschoten, maar stipt twaalf uur klinken er twaalf klokslagen uit de kerktoren van Burgh. START! >>>