Amsterdam Marathon 2018: WE did it.

Nog even over de afgelopen 3,5 maand…

Lopen. Iedere week 6 dagen, gemiddeld zo’n 115 kilometer per week, oplopend tot een maand met meer dan 500 gemaakte kilometers. 4x per week vroeger opstaan voor een half uur core-stability oefeningen. Rust. Minimaal 9 uur per dag op bed zien te liggen, 10 uur in het weekend. Voeding. Bakken kwark, kilo’s fruit, vele pakken chocomel en 2 maanden (bijna geheel) alcoholvrij. Spontane uitstapjes. Even niet. Sociale contacten buiten de loopgroep. Laag pitje. Andere prioriteiten. Uitgesteld. De reden? 30 seconden tijdwinst zien te boeken over een race van 42,195 kilometer.

30 tellen dus. 30 tellen eraf op een tijd van 2 uur, 40 minuten en 29 seconden. Best een flinke investering en een hoop gedoe dus in de ogen van velen. Compleet doorgeslagen in ogen van anderen. Ik geef ze geen ongelijk. Maar die 30 tellen eraf lopen was het enige wat er toe deed alle afgelopen weken en wat het doel was, afgelopen zondag tijdens de Marathon van Amsterdam. Mijn tweede marathon in de hoofdstad, mijn vierde marathon in totaal.

Genieten van voorbereiding op een marathon doe ik eigenlijk altijd. Geen duurloop is voor mij te lang, je merkt dat de vorm beter en beter wordt en met zo’n mooie zomer is het echt een feest om zoveel buiten te kunnen zijn.  Maar in tegenstelling tot mijn voorgaande marathons was dit er eentje waarbij ik samen kon en mocht trainen met een groep van maar liefst 18 andere atleten (allen met een richttijd onder de 3 uur). Een enkeling liep Berlijn, of loopt New York, maar met de rest stonden we aan de start in Amsterdam. Echt uniek om hier samen naar toe leven en het maakt de voorbereiding nóg zoveel leuker, mooier!

Wat ook helpt is dat alles weer ging, zoals je wilt dat het gaat. Een 30 kilometer wedstrijd begin september (30 van Amsterdam Noord) redelijk makkelijk kunnen aanhaken bij een groepje wat lange tijd op een marathon eindtijd loopt van 2 uur 35 minuten. Een Damloop op 75% lopen (maar wel met een PR finishen). Tijdens de leukste halve marathon van Nederland (Singelloop Breda) het gevoel hebben dat je constant op de rem moet trappen, omdat je,  om te sparen, niet harder wilt lopen dan het beoogde marathon tempo. Eindeloze blokken bosbaan wegstampen in tempo’s die net even iets te hard gaan. Meerdere keren de 35 km aangetikt voorafgaand en zelfs twee keer vrijwel al een hele marathon voltooid. De enige twijfel: komt die piek niet veel te vroeg nu alles zo makkelijk gaat? Zingt Andre Hazes ons straks in het stadion niet zoiets toe als Bloed, Zweet en Tranen? Invulling aan twee van deze drie woorden heb ik nog steeds niet ervaren. Ff wachten nog bitte sehr met die absolute topvorm! De 21e pas graag. Nog 3 weken, nog 10 dagen, een weekje, 2 dagen…

En we zijn er! Perfect weer, 12 graden, nauwelijks wind, klein zonnetje. Na twee jaar wederom aan de start in het mooie Olympische Stadion. Destijds voor de eerste keer op het veld, maar inmiddels vaste bezoeker tijdens de Phanos trainingen op de maandag- en woensdagavonden.  Zo mooi ook nu dat we hier nu staan met de hele groep. Iedereen blij, gespannen, fit, lachend, vol energie, trots, op elkaar ook. We gaan het doen vandaag. Alleen wij zelf zullen de stappen moeten zetten, maar meer dan ooit voelt deze marathon als een teamprestatie.

De eerste kilometers voelen, zoals het hoort. Makkelijk. Natuurlijk loop ik iets te snel. Vondelpark doorknallen en dan proberen ritme te pakken en een groepje zien te vinden. Maar ondanks de 12.000 lopers lijkt er vandaag niemand te hebben besloten om ook maar enigszins hetzelfde tempo te lopen. Heel af en toe haakt er iemand aan, plakt er iemand in de rug, maar verder ga ik het dus alleen doen vandaag. Dat wil zeggen: op het parcours. Want naast de lijn, zijn er wel hulptroepen ingeschakeld.

Mijn trouwste supporter L. fietst vandaag de hele stad door. Ontspannen een wedstrijdje kijken hoort daar niet bij. Met een neurotenschema waarin per minuut staat aangeven waar ze verwacht wordt en wat er aangereikt dient te worden, heeft zij een mogelijk nog grotere uitdaging vandaag. En als ik op het 32 kilometerpunt een cafeïne gelletje laat vallen, die ‘essentieel’ is volgens het schema wat zij heeft meegekregen, is er geen twijfel. Stilstaan of teruglopen doe ik niet, dus wat ze doet is gelletje oprapen, sprinten en taak alsnog volbrengen:  #trots, #nummer1supporter , #marathonsloopjenietalleen.

Dat gelletje was nodig ook. Ik had onderweg  besloten om het iets te harde tempo wat ik liep, gewoon maar door te lopen. Iedere kilometer net even een paar seconden te snel, maar het voelt lekker en dus neem ik de gok. Ik vertrouw erop dat ik dat tot 30 kilometer in ieder geval moet kunnen volhouden en hoop het verval zo lang mogelijk uit te stellen. Halverwege geeft de klok net iets minder dan 1 uur en 18 minuten aan. Te snel weet ik. Een buffer opbouwen dan maar. De Amstel aan de linkerhand. Klein windje in de rug. De stroom met lopers aan de overkant die straks pas dit punt zullen passeren. Bootjes met Hollandse Smartlappen uit de speakers. Genieten. Nog even. Zo blijkt.

Want net voor het ‘gelletjes incident’, merk ik dat het kilometer tempo terugloopt. De benen lopen vol. Dat worden nog 12 lange kilometers zo vrees ik. Langzaam begint het aan te voelen alsof alle snelheid verdwijnt. Het zal toch niet?

In mijn hoofd begin ik te rekenen. Nog 10 kilometer te gaan. Ik heb een buffer. Het doel was 30 seconden van het PR af.  Uit zien te komen onder de 2 uur en 40 minuten. Ok, heel eerlijk: de afgelopen maand was dat doel bijgesteld omdat alles zo makkelijk leek te gaan. 2 uur en 38 minuten: dat zou het moeten worden.  Als ik nu kilometers ga lopen van 4 minuten, dan is 2 uur 38 minuten nog net haalbaar. Iedere kilometer die nu nog volgt, mag ik er dik 15 seconden langer over doen dan alle voorgaande kilometers. Kan ik dat nog opbrengen?

Aftellen. 9 kilometer te gaan. Weer een kilometer onder de 4 minuten gelopen. 8 kilometer te gaan; 3 minuten en 50 seconden. Voldoende. Het voelt zwaarder en zwaarder, maar het tempo klapt niet helemaal in. Nog 3 kilometer te gaan. De langste kilometers. Vondelpark bereikt. Dan weet ik het. Het voelt verre van makkelijk meer, maar ik ga niet meer instorten. Mijn benen doen pijn, maar de rest voelt goed. Dit gaat lukken. De drukte neemt toe naarmate de poorten van het stadion dichterbij komen. Ik hoor de speaker. Zie nu ook hoe vol het zit. 200 meter op de baan nog. Yes! Armen moeten de lucht in. Yes! De opgebouwde buffer bleek voldoende. 2 uur 37 minuten en 20 seconden. De 30 tellen die eraf moesten 3,5 maand geleden, werden 3 minuten. Bam!

Net over de streep een vette high five met de snelste loper uit onze Phanos groep. Oogcontact met trouwste supporter L. op de tribune. De grote grijns op mijn gezicht verschijnt. Ontlading in de buurtkroeg achteraf met de hele groep die finisht binnen de drie uur. Blij, voldaan, lachend en trots. Op mezelf, op elkaar. Wat een dag. WE did it!Marathon Amsterdam

Road to Terschelling (2)

Op weg naar de Berenloop Marathon (deel 2)

(vervolg van deel 1)

De eerste 5 weken marathonvoorbereiding zitten er op. Met loopjes in 3 landen,  op 7 verschillende plekken, 2 wedstrijdjes, de eerste 110 km+ week en variërend terrein van bergtop tot kuststrook, in ieder geval een afwisselende en geslaagde start!

Omdat ik net verhuisd ben van het mooie Zuiden naar onze (ook zo mooie) hoofdstad, ben ik op dit moment nog even clubloos. En dus ook trainerloos. Op basis van mijn eerdere marathonvoorbereidingen, ben ik dus zelf gaan puzzelen en heb ik een schema gemaakt. Ik ben verre van een expert op dit gebied, maar de twee marathons die ik heb gelopen ben ik goed doorgekomen. Waarom zou je dus niet kiezen voor een zelfde soort voorbereiding?

Het schema lag al een aantal weken klaar (#eeuwigenaltijdgestructureerd #loopautist #eengoedevoorbereidingisaltijdhethalvewerk). En ik had ook gewoon zin om weer ergens concreet naar toe te trainen.

Omdat ik graag weer deel wilde nemen aan de 27 km lange Trail des Fantômes in La Roche-en-Ardenne, ben ik al wat vroeg begonnen met het maken van wat extra kilometers. Het kost wat pijntjes en levert wat spierpijn op. Maar mentaal gezien vallen de nog komende heuvelltrainingen, compleet in het niet bij deze trailrun. Vette winst dus.

Geen lastige heuveltrainingen meer dus! Dat dacht ik althans… tot ik in Sardinië zat. Super mooi eiland, maar veel lange vlakke wegen vind je er niet. En omdat lopen in het buitenland nu eenmaal een must is, toch maar de schoenen aangetrokken in het bergdorp (Dorgali) waar de eerste dagen vakantie werden doorgebracht. En met een temperatuur die iedere dag oploopt tot 35 graden, betekent het dus ook dat uitslapen er niet inzit. Wekkertje zetten om 6.15 uur. Auw. Maar dat ben je gelukkig heel snel vergeten als je de zon ziet opkomen, 10 verschillende tinten oranje-geel ontdekt in de lucht, uitkijkend over de vallei en het ruige Supramonte gebergte op de achtergrond.

Een week na terugkomst uit Sardinië stond er wederom een wedstrijdje op de planning. In Noordwijk aan Zee werd voor de eerste keer een trailrun door het ‘Hollands Duin’ gebied georganiseerd. Mul zand, bospaadjes, hoogteverschillen: zeer vergelijkbaar dus met dé wedstrijd in november. Met al 80 kilometer in de benen die week, was de 20km trail door de duinen en over het strand, met name bedoeld als een luxe training. Een echte wedstrijd kon je het eigenlijk niet noemen, maar mooi was het zeker.

Tot nu toe gaat alles dus lekker. Geen pijntjes, geen spierpijn, volop energie. Houden zo. Op naar twee Amsterdamse zondagen! De 30 van Noord en de Dam-tot-Dam loop.
Hollandse Duin Trail 2017 - blog
Foto: Boswachter Mark (Staatsbosbeheer) 

7 heuveltrainingen in één dag

Trail des Fantômes – La Roche-en-Ardenne

Ik geef ik me gewonnen. Zitten lukt uiteindelijk wel, met enige steun. Wandelen doe ik met twee gestrekte benen. Kleine pasjes. Trap op gaat nog wel ok, zij het met enige stroefheid. Trap af? Nee, dat gaat al  twee dagen niet. Op mijn werk is de lift vandaag mijn grootste vriend. Vandaag wordt er niet hardgelopen. Alle tijd voor een blogje dus.

De reden hiervoor is mijn deelname aan de Trail des Fantômes in La Roche-en-Ardenne afgelopen weekend. 27 km door de heuvels  van de Ardennen. Na de wijze les van vorig jaar (veel en veel te hard starten en na 6 kilometer al een hartslag van 185 aantikken), is het doel dit jaar gewoon genieten. Rustig aan, een prima voorbereidingsloop op dé wedstrijd in november. Om je heen kijken en heel blijven (en dat is echt geen gemakkelijke uitdaging!).

Met dat doel voor ogen sta ik dan ook aan de start. Geen gespannen koppies of gedrang aan de startlijn, maar louter ontspannen blikken. Ondanks de lichte regen, die al sinds de vroege ochtend naar beneden klettert, valt het mij op dat bijna iedereen lachend van de laatste minuutjes rust geniet. Een mooie mix van Fransen, Belgen en Hollanders. Na het aftellen van 3 naar 1, wordt iedereen een mooie loop toegewenst en zijn we weg.

Rustig op gang komen, zit er hier niet in. Na 500 meter volgt direct de eerste klim. En wat voor één. Van Brienenoordbrug x10! En dan ook nog een stuk steiler. Maar waar ik vorig jaar nog een poging deed om bij een kopgroepje aan te haken (het was immers mijn tweede trailrun dus ervaring genoeg…), start ik in mijn derde trail een stuk rustiger. Na een minuut of twintig, sta ik boven en schat ik dat ik alsnog rond een tiende plaats lig.

Trail des Fantomes - 8 km
Foto: sportograf

Na iedere bocht wacht er een verrassing. Volle bak stijgen of lichtjes afdalen? Stenen of modder? Heel even vertragen voor een mooi uitzicht over het dal, of alle zeilen bijzetten omdat de ondergrond spekglad is. Constante focus, want je ligt zo op de grond. Het lopen door deze groene heuvels is zo anders dan lopen op het vertrouwde asfalt. Een discipline die ik ook zo niet beheers. Ik kom kracht tekort in de benen en ben een veel te voorzichtige loper voor alle obstakels die je tegenkomt. Lopers die ik inhaal op de vlakke stukken, snellen mij vervolgens weer des te harder voorbij in een klimmetje of steile afdaling. Ik verlies minuten in een afdaling van slechts 400 meter en klok zelfs tussentijden van 13 minuten per kilometer. 13 minuten! Maar dat maakt het juist zo ontzettend leuk.

Na ongeveer vijftien kilometer een eerste tussenstop bij de bevoorradingspost. Normaalgesproken sta ik nooit stil bij deze posten, maar ook dat is anders nu. Ik heb het ook gewoon echt nodig. Twee stukken chocolade, een halve banaan en een bidon sportdrank werk ik naar binnen voordat ik aan deel 2 van de rit begin. Ik voel me nog goed!

Twee kilometer na de chocolade gaat het bijna mis. Ik struikel over een tak en het schiet vol in mijn kuit. Kramp! Pijn! Twee achtervolgers remmen af: “Ça va?”, vragen ze alle twee. Ook dat valt op. Onderling zorgt iedereen voor elkaar. Mooi. Ze helpen mij overeind en vertrekken pas als ik zeker weet dat ik toch door kan. De kramp vertrekt weer net zo snel als dat hij kwam. Ik kan verder.

Mooie stukken door de dennenbomen, langs de Ourthe. Pittige heuvels en technische afdalingen. Een stuk klimmen over gladde keien waarbij je het bevestigde touw nodig hebt om omhoog te kunnen. Trail des Fantômes blijft verrassen. Na een kilometer of twintig de eerste rivieroversteek. Die herken ik nog van vorig jaar. Omdat ik toen geen enkele loper voor- of achter mij had, heb ik staan wachten op dat punt. Uuh? Hoe loopt de route? Pas toen de eerste achtervolger zonder twijfel de Ourthe in sprong, besloot ik er maar achter aan te lopen… Ook dit jaar kom ik weer helemaal alleen aan op dit punt. De twijfel is er nu echter niet. Gaan!

Met nog zo’n zes kilometer te gaan, schat ik nog steeds bij de eerste 15 te lopen. Maar veel belangrijker, ik voel me nog steeds goed. En de kuit voel ik helemaal niet meer. Ik passeer de tweede tussenstop. Wel opeens een stuk drukker hier, omdat ook de lopers van de 12 kilometer trail op dit punt aansluiten. Ik heb zelf echter nog voldoende drank en een energiegelletje mee, dus ik besluit gewoon door te lopen. In de bocht, direct na de bevoorrading, besef ik dat ik wellicht toch beter heel even had kunnen stoppen…. de heuvel der heuvels!

Een enorme klim volgt waarbij iedere vorm van hardlopen totaal onmogelijk is. Na iedere bocht op dit smalle pad, gaat de weg gewoon verder. Omhoog. Eindeloos. Voor mij de meest pittige klim in de race. Maar (sorry medelopers!) doordat ik zoveel mensen stuk zie gaan hier en kan inhalen krijg ik nieuwe energie. Hardlopen is het niet te noemen, maar ik ga in ieder geval sneller dan de meeste anderen om mij heen.

Als ik de top bereik en mijn portie heuveltraining voor de komende maanden nu wel echt gehad heb, weet ik dat het vanaf nu alleen nog maar glooiend naar beneden is. Yes! Ik klok hier mijn snelste kilometer van de dag en na nog een laatste stuk technische afdaling, waar ik nog één keer de angsthaas uithang, hoor ik de speaker bij de finish al. In de laatste rivieroversteek passeer ik nog enkele 12 kilometer trailers en kijk ik op de klok. 2 uur, 38 minuten… , een elfde plaats. 10 minuten sneller dan vorig jaar. Op wat schrammen na en een kuit die zich hopelijk rustig gaat houden, nog redelijk fris gefinisht. Tevreden!

De natuur waar je doorheen loopt. De uitzichten. De afwisseling. Het verrassingselement. De strijd, maar juist ook de sfeer onder de lopers die zó gemoedelijk is. Vaker doen dus. Die spierpijn van een week, accepteer ik maar gewoon. Als ik regelmatig, verder loop op dit soort terrein, komt er vast een dag dat mijn lijf iets minder hard protesteert na afloop. Hopelijk. Want zo’n 100 kilometer run die ook van start ging in La Roche, dat lijkt mij eigenlijk ook wel wat… Trail des Fantômes: tot volgend jaar!

Trail des Fantomes - 25 km
Foto: sportograf

Road to Terschelling (1)

Op weg naar de Berenloop Marathon (deel 1)

Als alles goed gaat en heel blijft, dan loop ik op zondag 5 november 2017 mijn derde marathon. Locatie? Terschelling!

Afgelopen jaar mocht ik voor de eerste keer mee met het jaarlijkse uitje van de nieuwe schoonfam. Al jaren verblijven zij in het weekend van de Berenloop op Terschelling. Soms om zelf mee te lopen (de schoonpaps), maar meer nog om aan te moedigen en sfeer te proeven (de schoonpaps en –mams). Groot liefhebbers van het eiland en groot liefhebbers van de sport.

Nu ik er dan toch bij ben, dan ook maar meteen deelnemen aan de wedstrijd. Met nog een verse marathon in de benen van drie weken geleden, leek de 10km (Kleintje Berenloop) mij meer dan voldoende. Daarbij zouden het ook vrijwel weer de eerste meters worden die ik zou maken op de loopschoentjes. Samen met de schoonpaps gestart en enigszins verbaasd liep ik 36 minuten later als eerste over de finishlijn. Heerlijk ontspannen gelopen en vooral genoten van het mooie rondje.

Maar het echte enthousiasme voor dit evenement komt pas de volgende dag. Op de zondag staan de goed bezette en drukbezochte halve- én hele marathon op het programma. Met de fiets volgen we een groot deel van de wedstrijd en zien we de deelnemers bikkelen. Een pittige wedstrijd. Wind, hoogteverschillen en een deel over het strand. De beelden van mijn eigen kustmarathon een jaar eerder, schieten logischerwijs dus regelmatig voorbij. Wat een mooie uitzichten, wat een mooie plaatjes, wat een mooie wedstrijd.

Met lichte schemering zien we de afgepeigerde deelnemers de laatste meters afleggen in de bomvolle Torenstraat. Wat een mooie sfeer, wat een mooi evenement, wat een mooie nieuwe uitdaging?

Stilletjes fiets ik, met de mede-supporters, terug naar ons huisje, vlak achter de finishstraat. Mijn gedachten zijn dan al heel stiekem bij volgend jaar…

Berenloop 2016

42.195 kilometer in de hoofdstad (2)

Marathon Amsterdam (2)

(vervolg van deel 1)

En we zijn weg. Hier loop ik. Ik ben mezelf heel erg bewust van waar ik mee bezig ben. Wat dat betreft vind ik de marathon echt iets speciaals. Bij alle andere (kortere) afstanden die ik loop, ben ik maar bezig met één ding: z.s.m. finishen. Maar vandaag dus niet. Net als in mijn eerste marathon, een jaar geleden, lijkt het wel of ik meer geniet van die 42.195 km wedstrijden. De zon schijnt, heel veel mensen langs de route en de eerste kilometers voelen heerlijk.

Met een klein groepje passeer ik het 10 kilometerpunt. Churchillaan. Als het goed is, krijg ik hier de eerste bidon aangereikt van mijn trouwste supporter J. Ik zie haar al staan vanaf een flinke afstand. Ook dit is wat ik zo mooi vind aan de marathon. Alles is vooraf voorbereid. Essentieel. Samen met je supporters neem je jouw plan door. Je weet waar ze staan langs de route. Je leeft echt toe naar deze punten van verzorging en aanmoediging op maat.

Richting Amstel nu; het mooiste deel van de route. Hier verwacht ik veel bekenden. Ik passeer ze één voor één. Ouders, schoonouders, vriendin…en als verrassing staan er ook nog twee Bredase loopmaatjes. Tof! Al die mensen, hier voor mij. Dat geeft zo’n kick. Een vorm van trots blaast mij vooruit.

Ik haak aan bij een wat oudere loper. Sterk en ervaren. Dat zie ik meteen. Hij loopt eigenlijk een paar seconden per kilometer harder dan ik had gepland, maar ik neem de gok. Zijn trainer fietst ernaast en moedigt aan. Het gaat zo makkelijk, maar ik weet ook dat het nog ver is… Met zijn tweeën kijken we naar de overkant van de Amstel. De Kenianen vliegen daar voorbij. Zij zijn de 21.1 al gepasseerd.

Onze doorkomsttijd op de halve is goed. Een maand of tien geleden had ik mijzelf als doel gesteld onder de 2 uur 40 te lopen. Maar dan wel in Rotterdam (april dus!). In maart schoot het echter enorm in de rug waardoor ik weken uit de roulatie was. Letterlijk aan de bank gekluisterd. Tijdens het passeren van de klok halverwege, denk ik hieraan. De voorbereiding verliep, na de blessure, op zich redelijk goed, maar ik voelde me nog steeds minder sterk dan een jaar geleden toen ik de Kustmarathon liep. Ik moet nu tevreden zijn met een tijd onder de 2.43. Maar de klok geeft nu 1.19 aan. En ik voel me nog superfit. Zou het dan toch…?

Einde Amstel. Bidonnetje aanpakken, zwaaien naar de supporters die de brug naar de overkant hebben gepakt. Nu komt het saaiste stuk eraan. Kilometer 27,28,29…

30, 31… dit is waar ik voor het eerst echt ‘iets’ ga voelen. De beentjes worden zwaarder. Zeker een kilo of 5. Per stuk. Rond de 33 kilometer wederom een paar fijne vriendjes die ik ergens langs de route wel had verwacht. Ze komen nu echter precies op het juiste moment. Dit was ff nodig.

Kilometer 36. Het is klaar. Mijn benen staken. Per stuk nu 15 kilo zwaarder. De flow waarin ik zo lang heb kunnen lopen heeft er blijkbaar genoeg van. De rest doe je zelf maar. Zoiets. Mijn klokje wat mij iedere 500 meter voorziet van het gelopen tempo, bevestigt deze realiteit. Het gaat nu echt langzamer… Ik heb nog wat speling om alsnog onder de 2.40 uur te kunnen duiken, maar ik weet nu dat dit te moeilijk gaat worden. Ik heb nu nog maar één doel; Vondelpark. Ik weet dat ik hier nog een laatste aanmoediging ga krijgen en dan ben je er bijna.

Tot 39 kilometer kom ik voor mijn gevoel niet meer vooruit. De ‘500-meters’ lopen op. Zo jammer dat een marathon net 5 kilometer te lang is. Maar ik haal het Vondelpark. De support doet me goed. Ik kan zelfs nog lachen voor een foto. In een groepsapp lees ik later terug dat ik er nog heel fris uit zag. De foto’s zelf bewijzen toch echt het tegendeel…Maar ik ben er wel bijna. En iedereen om me heen ‘staat stil’. Het ligt dus niet aan mij. De sub 2.40 heb ik, gek genoeg, binnen enkele kilometers losgelaten. Ik ga finishen. Een half jaar geleden kon ik de drempel van mijn huis niet eens over zonder houvast. Vandaag loop ik hier. Tot 35 kilometer een superrace. Die laatste kilometers zij dan maar zo.

De laatste bocht door. Kilometerbordje 41. De lach is terug op mijn gezicht. Made it! De laatste meters. Druk aan de kant hier. Heerlijk. Het stadion doemt op! Daar gaan we… poort door. Wow! Volle tribunes. Muziek. Ik vlieg zelfs weer even. En zie de klok…2 uur 40 minuten en 37 seconden, 38, 39, 40. Toch een finish die heel dicht bij mijn droomtijd komt. De laatste kilometers heb ik mijn horloge niet meer aan willen kijken, dus ik ben oprecht nog verbaasd. En blij. En een beetje trots ook wel. 2 uur 40 minuten en 49 seconden. Stop de tijd.

Speurend kijk ik naar de volle tribunes. Ik spot mijn ouders en mijn vriendin. Alles klopte vandaag. Het weer. De vorm. De benen. Mijn eindtijd. Maar eigenlijk boven alles (en dat besef ik als ik oogcontact maak) dat ik dit kan doen en dat ik dit mocht doen met zo veel fijne mensen om mij heen.

42.195 kilometer in de hoofdstad (1)

Marathon Amsterdam

Zondag 16 oktober 2016. Goed geslapen. Beter dan verwacht. De wekker geeft 06:30 aan, dus ik mag mijn bed uit. Eindelijk; vandaag is dé dag. Mijn dag! Beginnen maar met een flink ontbijt. De laatste koolhydraten naar binnen zien te krijgen.

Hoe is het weer? De voorspellingen zijn goed. Ideaal zelfs, zo wordt verwacht. Nog even douchen om wakker te worden en de spieren wat te ontspannen. Singlet aan, korte broek, sokken, schoenen en trainingspak. Check. De tas met overige spulletjes gisterenavond al gepakt natuurlijk. Nou ja… eigenlijk stond de tas al een weekje klaar. Aan de voorbereiding ligt het niet.

Ik ben ready to go! Bus in en overstappen op de tram bij Amsterdam Centraal. Tram 16 richting VU; helemaal volgepakt met hardlopers. Spaans, Engels, Duits, Portugees, ik hoor het allemaal om me heen. Verhalen over marathons in Barcelona, Tokyo, Delhi… mooi. Hoe dichter we bij het Olympisch stadion komen, hoe meer hardlopers er uit alle straten opduiken. Bij de laatste halte voegen de trammers zich bij de lopers. Een kleine kilometer lopen we samen nog naar het stadion. Zie ik daar een eerste zonnetje?

Er is nog tijd voor een dubbele espresso in een koffiebarretje tegenover het stadion. Er staan straks 12.000 lopers aan de startlijn, hemelsbreed 300 meter verderop, maar in het barretje is het opvallend rustig. Ideaal. Omkleden maar, startnummer opspelden en dan richting het afgiftepunt om de tas af te geven.

Inlopen, de eerste meters op het parcours. Volgens mij zie ik Wilson Chebet lopen. Chebet! Verderop word ik ingehaald door Choukoud. Ik realiseer me weer eens dat je je in geen enkele sport zo dicht tussen de absolute top kan en mag bevinden voorafgaand aan een wedstrijd.

Nog 15 minuten tot de start, dus de hoogste tijd om het stadion in te lopen. Wow! Het zit behoorlijk vol. De muziek speelt hard, de startvakken lopen vol. Ik spot eindelijk mijn vriendin op de tribune. Ook zij is zenuwachtig. Veel familie en vrienden zie ik straks nog langs de route. Allemaal hier voor mij. Voor mijn dag. Eén grote glimlach verschijnt op mijn gezicht. Er lopen rillingen over mijn lijf. Dit is waar ik al die maanden voor heb getraind, veel voor heb opgeofferd, een half jaar lang over heb nagedacht, gedroomd. Weer blessurevrij. En dat alles schiet nu door mijn hoofd, zo blij dat ik hier sta. Fit, goed in vorm, familie en vrienden om mij aan te moedigen en omgeven door 12.000 andere lopers. Hartslag 120, de zenuwen zijn definitief gearriveerd. Nog 10 seconden, 9,8… >>>

 

Mijn kustmarathon (2)

(vervolg van deel 1)

Door de pittige duurloopjes van 25 tot 30 kilometer die ik vrijwel wekelijks heb gelopen (soms zelfs twee keer per week), voelen de eerste 10 kilometers zo ontzettend makkelijk. We lopen met een man of zes in een groepje. Er wordt nog best wat gepraat door deze mannen onderweg, waardoor ik kan opmaken dat een deel van hen al jaren meedoet. Lijkt mij dus prima om van hun ervaring gebruik te maken en in hun tempo mee te lopen. Ik ga er lekker tussenin lopen. Ontspannen.

Bij het doorkruisen van de Oosterscheldekering worden we (op de naastgelegen rijbaan) gepasseerd door een hard toeterende auto waaruit mijn naam luid wordt geschreeuwd. Supporter L. met maatje J. moedigen aan alsof hun leven ervan af hangt. Enkele kilometers later is de auto geparkeerd en staan ze klaar met de eerste bidon en het eerste gelletje. So far, so good. So far, very good!

Kustmarathon Zeeland - refresher

De eerste 20 kilometers vliegen echt voorbij. Het voelt nog steeds zo comfortabel. Naast de vele bekenden langs de route, heb ik net ook voor de eerste keer kunnen zwaaien naar mijn ouders. Net voordat ik het strand opduik, pak ik van hen een tweede bidonnetje aan. De ‘makkelijke’ kilometers zitten er op nu. Het voelt echter goed en ik besluit om het groepje achter me te laten en een iets harder tempo te gaan lopen.

Waar het publiek tot twintig kilometer massaal aanwezig is, is dat op het strand niet het geval. Maar het gevoel is heerlijk. Ik loop alleen en alleen in de verte zie ik een andere deelnemer lopen. Ik kom dichter en dichterbij en heb door dat ‘de andere deelnemer’ een loper is van mijn eigen club in Breda. Een loper die echter PR’s heeft staan die voor mij verre van haalbaar zijn. En ook al weet ik dat het voor hem geen wedstrijd is waarop de focus ligt, geeft het toch een ontzettende boost als ik hem passeer en achter me laat.

Net voordat ik het strand weer afdraai, staat moeders klaar met het geplande gelletje en een nieuwe bidon. Drinken gaat goed, is nodig ook, want de zon schijnt fel. Strand af, trap over, duinen in. 27,5 kilometer gehad. Nog 15 te gaan. Het zwaarste deel van de route, waar ik een paar keer heb kunnen trainen, begint nu. Maar so far, nog steeds very, very good!

In de duinen gaat mijn tijd per gelopen kilometer voor het eerst echt achteruit. Maar ik loop nog steeds redelijk makkelijk. Op naar het hoogste punt van de route; de ‘Hoge Hill’ in Domburg. Deze duin ligt op 31 kilometer van het parcours, dus op meerdere fronten is dit een belangrijk punt. Daarnaast ga ik hier ook de laatste keer vriendje J. en supporter L. zien. Zij moeten vanaf dit punt richting finish rijden om op tijd te kunnen zijn. De aanmoediging die ik krijg, geeft iedere keer weer zo veel energie! Ik ben zo blij dat iedereen hier vandaag is voor mij.

Na 36 kilometer kijk ik pas voor de eerste keer bewust naar mijn horloge om iets van een eindtijd te gaan schatten. En ja, er komen alleen nog maar lastige kilometers en de man met de hamer zou hier ook nog wel ergens aan de kant moeten staan, maar ik ga nog steeds goed. Heel goed. Ik bedenk me voor het eerst dat die sub 3.00 uur toch wel zou moeten lukken.  Ergens tussen 30 en 35 heeft het best wel even iets zwaarder gevoeld, maar nu voel ik me eigenlijk wel weer ok. Ik ben er bijna.

Bijna! 41 kilometer. Trap af, laatste stukje strand, afremmen om de pijlers door te gaan, duin naar boven. Trap op. Kippenvel over mijn hele lijf. Ik loop de dijk over, de laatste meters en zie daar links beneden van mij de finish al liggen. Het vele publiek. Ik hoor de speaker. Ik weet dat mijn familie daar staat. Ouders, zus, tante, nichtje, vriendjes, supporter L. Ik voel me sterker en energieker dan ooit.

Met mijn blauw-witte vlaggetje, loop ik de finish over. 12e plek, 2.53.48. Deze (perfecte) dag, ga ik niet snel vergeten.